Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
XXII t
Blz.
en -uitbreidingen. — Onechte en echte vruchten. — A.
Vruchtbekleedsel. — Droogc, vleezige en steenvruch-
ten. — Niet-openspringende (steen-, bes- en dopvruchten). —
Openspringende (doos- en splitvruchten). — B. Zaden.—
Zaadhuid. Aanhangsels. — Zaadkern. — Kiemwit. —
Kiem. — As der kiem: stengel- en wortelknopje. — Zaad-
lobben. — Ligging en vorm der kiemdeelen. — Naakt-
zadigen.
XVII.
Wat het leven oer planten is........325
Leven op zich zelf bestaat niet. — De som van zekere ver-
schijnselen licet „het leven." — Oorzaken dier verschijn-
selen. — Verschil tusschen planten en dieren.
XVIII.
Waardoor en hoe lang planten bestaan kunnen
blijven.................334
A. Het bestaan der cellen, — Osmose. Diffusie. —
Assimilatie. Voeding. — Instandhouding. Groei. — Uitschei-
ding. — Beweging. — Opslorping. — B. Het bestaan
der weefsels. — Intreden en ontwijken van stoffen. — As-
similatie, Voeding, — Af- en uitscheiding. — Sapbcweging. —
Groei. — Opslorj)ing. — Dood. — Scheiding. — Zwara-
en korstmos-weefsel. — Parenchym en teeltweefsel. — Va-
ten cn houtvezelwecfsel. — Bastvezelweefsel. — Vaatbun-
dels. — Opperhuidweefsel. — Kurkweefsel-— C. Het be-
staan der planten.
I. Algejieene levensverschijnselen. — A. Groei . , . 345
Kieming. — Welke zijn de voedingstoffen der planten? —
Vanwaar worden die ontleend? (Bodem. Dampkringslucht,
Warmte. Licht. — Planten-slaap, enz.). — Waar treden de
voedingstoffen in en uit de planten? — Hoe verspreiden
zij zich hierin ? Sapbeweging. — Waardoor wordt die
verspreiding onderhouden? — Wat geschiedt met de voe-
dingstoffen in de planten? (Gas-wisseling.) — Wat be-
werken zij voor de planten? — Duur van het bestaan
der planten. — B. Vermeerdering.........368
Sporeplanten. — Zaadplanten. — Kunstmatige vermeerde-
ring. — Bloeitijd. — Bestuiving. — Kruising. — Bevruch-
ting. — Zaadverspreiding.
II. Bijzondere levensverschijnselen........379
Beweging-, warmte- en lichtverschijnselen.