Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•232
plant verschillend in grootte en gedaante zijn. Met dit ver-
schil hangt vaak ook een onderscheid in den inhoud te za-
men, daar men niet altijd in dezelfde vrucht, maar dikwijls
in afzonderlijke vruchten de beiderlei voortplantingsdeelen:
sporen en antheridiën (*) aantreft. Van de vruchten, die
meestal uitwendig bruin en behaard zijn, bersten de wanden
al of niet regelmatig open (in het eerste geval door eene
dwarse, kringvormige
sleuf, of wel met over-
langsche kleppen). De
sporen en antheridiën
liggen nu in die vruch-
ten, in vliezige zakjes
besloten; zij ontsnap-
pen echter uit de laat-
sten, doordien deze, na
het openbersten der
vrucht, ook zelve ver-
scheurd worden. Het
aantal antheridiën o-
vertreft verreweg dat
der sporen, zoodat men
in één zakje soms zeer
vele der eersten aan-
treft, en daarentegen
in een ander zakje soms niet meer dan ééne spore. De an-
theridiën hangen als kleine, aaneenklevende celletjes te zamen,
die óf in 't voorjaar buisvormig uitgroeijen, in welke buizen
dan verschillende celletjes met een spiraal- of zwermdraad
ontstaan, óf, zonder buisvorming, een aantal zwermdraadjes
vrij ontsnappen laten. "Wanneer nu in 't voorjaar eene spore
op het water drijft, dan wordt zij door een zwermdraadje
bevrucht. De sporen bestaan uit eene groote, met zetmeelkor-
J9L Watemren-vriicliteii.
(*) Men noemt bij deze groep de eigenlijlte sporen ook wel groote sporen, en
de antheridiën kleine sporen.
291. A. Een gedeelte vnn htt gewoon pilkruid (Pibilaria glohuUftra)\ iedere vrucht
staat hier op zich zelf. C.Sitlvima ildtans-, de vruchten staan hier in groepjes bijeen.
B. Overlangs doorgesnedene vruchten dezer plant; de daarin op een zuiltje beves-
tigde groote zakjes bevatten de sporen; de in de andere vrucht voorhandene kleine
zakjes de antheridiën.