Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•215
die buiten het verband met de plant treden cn zich zelfstan-
dig gaan ontwikkelen. — Voor de vermeerdering der wieren
is dus wèl door verschillende inrigtingen gezorgd en niet
zelden zijn aan dezelfde wier-soort onderscheidene voortplan-
tings-vormen eigen.
De sporen der wieren zijn rustende of bewegelijke.
De eersten bestaan uit eene enkele, bladgroen, enz. bevattende
cel, soms met een doorschijnend slijmlaagje omhuld. De wijze
harer kieming is nog zeer onvolledig bekend; wel weet men,
dat er soms veel tijd verloopt (*), nadat zij uit hare moeder-
cellen zijn vrij geworden, vóór dat zij tot nieuwe plantjes
uitgroeijen.
De bewegelijke sporen heeft men ook zwernisporen ge-
noemd, omdat zij, na, meestal bij groepjes, — zelden alleen —
in eene moedercel gevorn:d en rijp geworden te zijn, door
bersting hiervan, vrij rakende, eenigen tijd (Y2 i^ur tot zelfs
eenige dagen) levendig in het haar omringende water rond-
zwermen, zich aan 't een of ander
voorwerp vasthechten en nu tot eene
nieuwe plant, overeenkomstig met
die waarvan zij afstammen, uitgroei-
jen. Men vindt ze voornamelijk bij
de eenvoudigeje zoet waf er-Avieren.
Zij zijn óf geheel met korte, óf aan

b.
'^69. Zwernisporen.
(*) Bij Spirogyra b. v. zelfs 8 maanden.
■269. a. Van f^auchêrin. b. Van Con/erca glomerdia. c. Van Chavlêphora élegans.
(/. Eenige cellen van Vlólhrix zondta; de groene cel-lnlioud (nog in de bovenste ci-l
bevat) is op het punt door eene zijdelingsche uitpuiling (zoo als in de daaronder
staande cel) te ontsnappen, hetgeen na scheuring harer wand >ie de daaronder gele-
gene) geschiedt, waarbij alsdan die inhoud als blaasvormige plasma-bolletjes (sporen)
vrij wordt (zie de onderste cel), welke vervolgens met hunne Ijaartjes (wimpers
— elke spore bezit hier 3 —) rondzwermen en eindelijk na verlies der haartjes gnan