Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
211
263. Korstmos-
sporen.
De sporen bevattende deelen of vruchtjes der korst-
mossen vindt men op de oppervlakte of aan de
randen van het loof, geheel daarin 'genesteld, of
zich daarboven, somwijlen als op een steeltje, ver-
heffende. Hunne gedaante is tepel-, bol-, nap-,
schotel-, beker- of schildvormig, enz. Zij bevatten
o. a. eenige buisvormig verlengde cellen, waarin
zich 2—8 sporen bevinden, en daarnevens talrijke, draadvor-
mige, van boven eenigzins verdikte en gekleurde cellen. De
spore-buizen openen zich in rijpen
toestand aan haren top, waai'door
alsdan de sporen vrij worden en, bij
daarvoor gunstige omstandigheden.
261 VoortpläDtingsüselen van korstmossen.
tot een nieuw korstmos kunnen uitgroeijen.
Eindelijk vindt men nog in het loof der korstmossen kleine
iiolten, zich uitwendig als verhevene puntjes, of, wanneer zij
bereids geopend zijn, als zwarte stipjes voordoende, wier wan-
den met fijne, draadvormige cellen bekleed zijn, van wier
toppen zich kleine staafvormige ligchaampjes afsnóeren, welke
203. Regts een veelcellige spore van Ilijslerogrdphium-, links van UmUlicdriii.
264. A. Overlangs doorgesneden vruchtje van het gootvruchtig schildinos
Acetdbulum). Van onderen {vi) ligt een draderig grofmazig korstmosweefsel; hooger
ig) de broeicellenlaag; daarboven het meer ineengedrongen korstmosweefsel, en hierop
staan (a) de sporen bevattende buizen met de daarnaast («) gelegene fijne draden. —
li. Een in 't loof genesteld peervormig spermogonium van Urceoldria dclinostrótnu,
overlangs doorgesneden; aan den top ontsnappen de daarin bij honderden gevormde
spermatiën.
14^