Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
209
260. Gdeeltelijh zwamvoniiiDSfiQ.
ook nog in andere groepen voor. De verschillende hieruit
en na elkander optredende vormsels zijn vroeger als onderling
geheel onderscheidene zwammen beschreven. Zoo beschouwt
men o. a. ook tegenwoor-
dig de gistcellen of gist-
zwammen, die zich als en-
kelvoudige celletjes in alle
gistende vloeistoffen vor-
men en zich door gesta-
dige afsnoering bijzonder
snel voortplanten, niet
meer als op zich zelf
staande ligchamen, maar
als de voorloopers van
meer ontwikkelde zwam-
vormingen. Het optreden van gistcellen is o. a, naauw be-
trokken in het vraagstuk omtrent de mogelijkheid van de
verschijning van planten zonder voorafgaande sporen, welks
onbetwijfelbare beantwoording nog aan de toekomst moet
overgelaten blijven, hoewel het steeds meer en meer bestrij-
ders vindt.
De korstmossen worden in 2 groepen onderscheiden:
P. waarvan het loof (z. b. bl. 128) slechts uit éëne laag be-
staat, die zich als eene gelijkvormige gelei voordoet (van daar
hun naam: »gelei-korstmossen"), waarin een aantal met blad-
groen gevulde, bolronde cellen — broeicellen geheeten, —
als parelsnoeren aaneengeschakeld, gelegen zijn; 2®. waarvan
het loof uit meer lagen bestaat. In het laatste geval ontwik-
kelt zich het loof onder drieërlei gedaante uit de aanvanke-
lijk ontstane onderlaag, welke slechts eene schijfvormige uit-
breiding is, door bol- of eironde, of draadvormige celletjes
gevormd, — namelijk onder struik-, blad- of korstvormige ge-
daante. Bij de struik- en blad-korstmossen vindt men in het
loof gewoonlijk 4 lagen, waarvan ëëne uit broeicellen is za-
mengesteld; bij dc korstvormige vindt men midden tusschen
260. a. Aan de op zieke druiven voorkomende Oidium Ttickéri zijn, behalve de
Oidiumsporen, ook nog de sporevormingen (zoogenaamde vruchten) van andere voor
byzondere zwammen gehoudene vormsels waargenomen; b. hetzelfde geldt van de
zwam der zieke aardappelen {Fusidium Soldni), waaraan men 2 of 3 verschillende
fporevormingen en daaruit groeiende ligchamen heeft aangetroffen.
14