Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
XI.
VAN WELKP: DEELEN DE VEEMEERDERING DER
SPOREPLANTEN AFHANGT,
Met verwijzing naar hetgeen reeds vroeger (bi. 105 en
volg.) over « sporen" en « sporeplanten" gezegd is, laat ik thans in
zeer vlugtige trekken eene beschrijving volgen van de deelen,
waardoor de vermenigvuldiging dier gewassen, welke nim-
mer zaden verkrijgen, mogelijk is gemaakt. Zoo ergens, dan
baande vooral hier het mikroskoop den weg tot ontsluijering
van vroeger onbekende feiten en leidde zijn gebruik dan ook
tot zoodanige ontdekkingen, dat de benaming van »verbor-
gen-bloeijenden" niet meer op de sporeplanten kan worden
toegepast.
Even als in de uitwendige vormen, waaronder de verschil-
lende zwammen optreden, heerscht ook in de wijzen,
waarop in hare vermenigvuldiging voorzien is, veel verschei-
denheid. Deze wordt nog uitgebreider doordien het gebleken
is, dat niet zelden dezelfde zwam ach-
tereenvolgens verschillende gedaanten
kan aannemen en zich ook op verschil-
lende wijzen kan vermeerderen.
Bij de meest ontwikkelde zwamvor-
men spruiten uit het draderig weefsel
(z. b. bl. 127), hetwelk meestal in den
grond of op het voorwerp, waarop do
zwam groeit, nestelt, ligchamen van eene
)5. Hosizw^m.
2S8. Eetbare champignon (Agaricui campéstris). — Zwammen van dergelijlien vorm
worden gemeeiilijli „paddestoelen" genoemd.