Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•202
mossen in de biadoksels knolvormige knoppen, die nieuwe
planten kunnen voortbrengen; veelvuldiger komt in deze
groep zulk eene knolvorming voor aan de uiteinden der haar-
vormige aanhangsels- (z. b. bl. 131).
Tusschen knollen en bollen komen verschillende overgangs-
vormen voor, zoodat dan ook de beschouwings-
wijze van zulke deelen bij de verschillende
plantkundigen niet zelden
vrij uiteenloopt. Terwijl
de een ze als ware bollen
beschrijft, noemt een an-
der ze knollen, of Avel
knolaclitige bollen, of zelfs
verdikte wortelstokken
met bolvorming, enz. —
Het hoofdligchaam of de
takken van wortels kun-
nen zich knolvormig uit-
zetten, hetgeen soms als
gewoon verschijnsel optreedt, of wel door kweeking kunstma-
matig bevorderd wordt (*). Intusschen bestaat er ook nog
geene eenheid in de opvatting van
sommige onderaardsche knolachtijre
~ O
voortbrengse-
len, in hoeverre
men die name-
lijk voor ware
wortelverdik-
kingen te hou-
den hebbe, dan
wel als over-
25i TüssclieDYorin van bol en knol.
gangsvormin-
gen tusschen
dezen en knol-

m. Wortelïerdikking.
253. Tusscheavorin van wortsl-
verdikking en knol.
251. Van den saffraan (Crêcus). Deze behoort tot de hierboven vermelde twijfelacli-
tige vormen van bol of knol: a. geheel; b. overlangsche doorknede.
(*) Z. b. bl. 118 in de noot.
252. Verdikte worteltakken van de knollige spiraea {Spiraea JUipéndula).
253. Van de dahlia (Georgina)-, terwijl de meesten deze voor verdikte worteldeelen
houden, vindt men ze ook als schijuknollen beschreven.