Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
19:5
Wij hadden reeds vroeger gelegenheid op te merken, dat
zoo er, gelijk nagenoeg altijd, een zekere regelmaat in de
plaatsing der takken
eener plant waar-
neembaar is, deze
daarvan afhangt, dat
ook de bladeren, uit
wier oksels de takken
(aanvankelijk als
knoppen) ontsprui-
ten, volgens zekere
orde gerangschikt
staan. Die geregelde Plaatsing der
plaatsing der bladen is reeds in den knop-toestand zigtbaar, en
dat niet alleen aan de binnenwaarts gelegene l)laderen, maar ook
aan de buitenste knopbekleedsels.Dit blijkt o.a. dan, wanneer men
eenen knop dwars doorsnijdt. Men behoeft hiervoor niet alleen
blad knoppen (zul-
ke namelijk, waaruit
alleen gewone loof-
bladeren aan de later
uitgroeijende as te
verwachten zijn,) te-
onderzoeken , maar
men zal denzelfden re-
gelmaat ook aantreffen
in de plaatsing der deelen van bloemknoppen (zoo als
men die noemt, waarvan de as als bloemsteel [z. b. bl. 140]
zal uitspruiten). Daar bloemknoppen echter meestal onmid-
dellijk na hun eerste ontstaan onafgebroken voortgroeijen,
zal men daarbij veel zeldzamer bijzondere knopbekleedsels
aantreffen. De verschillende bloemdeelen liggen daarin ge-
284. Knoppen a. van den gewonen sering {Syr'mga vulguris)% de schubben bedekken
elkander hier kruisgewijs, dus juist in dezelfde plaatsing als de binnenste bladen
zich later aan den uitschietenden tak zullen vertoonen; h. van den iep of olm (f7-
mus campéstris en U. effüm), met afwisselende plaatsing, elkander zijdelings half be-
dekkende; c. van de linde {Tilia parri/ólia en grandi/ólia), waaraan slechts 2 schub-
ben uitwendig zigtbaar zijn, van welke de eene altijd korter en bolligor is dan de
andere; binnenwaarts liggen nog meerdere schubben.
285. Dwarse doorsneden van eenen knop a. van de els {Alnus glutinósa)-, b. van
den zwarten populier {Pópulus nlgra).
13
der küopbladeren.