Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•183
op de stengels en takken de plaats der gewone bladen; zij
zijn meestal anders dan groen gekleurd.
Op nieuw is het hier de plaats, n te herinneren aan het
reeds vroeger (bl. 141) gezegde, dat bij de planten de aard
der deelen niet door hunnen vorm bepaald wordt, doch wel
door hunne ontwikkelingswijze, ontleedkundige zamenstelling,
plaatsing, enz. Zoo vindt men b. v. bij sommige plantengroe-
pen (rosaceën, malvaeeën, peulgewassen, enz.) min of meer
op blaadjes gelijkende deelen aan den voet der bladeren,
waarvan de vorm, de
vroegtijdiger ontwikke-
ling, vaak ook de kleur,
enz. verschillen van die
der bladeren, waarbij
zij behooren. Soms val-
len zij spoedig af (b. v.
bij de eiken); dan we-
der blijven zij als lang-
werpige, drooge schub-
ben naast den bladsteel
m. StöQDbladen.
hangen (b. v. bij de beuken); zij zijn gewoonlijk van geene
vaatbundels of spleetopeningen voorzien en schijnen nu en
dan het blad, van welks voet zij eene uitbreiding zijn, in
zijnen jeugdigen staat, te steunen; van daar de hun toege-
kende naam van steunbladen. In hunne plaatsing en ge-
daante heerscht bij de verschillende gewassen een zeer be-
stendig onderscheid; zoo vindt men er, die zich aan weers-
zijden, of wel aan de binnen- of buitenzijde der bladstelen
bevinden. Zoo kan soms alleen de beschouwing der steunblad-
vorming eene voldoende aanwijzing verschaffen omtrent de
]>lantengroep, Avaartoe een daarmede voorzien blad behoort.
De bladen der grassen b. v. bezitten er eene ter plaatse,
waar de scheede in de schijf overgaat en bij bepaalde gras-
soorten heeft de aldaar aanwezige bladachtige uitbreiding ook
eenen haar eigenaardigen vorm. In de groep der veelknoopi-
222. O. Rozenblad, met 2 zijdelings geplaatste steunbladen; b. van den spaansclien
traganth {Aslragalus baéticus), met tegenover het (zamengestelde) blad staande steun-
bladen. Bij zamengestelde bladeren vindt men soms aan den voet der afzonderlijke
blaadjes ook kleine steunbladen.