Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
176
.met betrekking tot elkander op hetzelfde stengeldeel geplaatst
zijn. Neem slechts dezen of genen tak van verschillende plan-
ten ter hand, dan zult gij b. v. bij de eene plant de bladeren
zeer digt bijeen, bij de andere verder van elkander verwijderd
en ook niet immer naar dezelfde rigting gekeerd vinden. De
bladschijven zijn voorts meerendeels horizontaal; doch bij ver-
schillende Nieuw-Hollandsche boomen komen de bladeren in ver-
ticale rigting voor, d. i. niet met de boven- en ondervlakte, maar
met de randen boven- en benedenwaarts gekeerd (zie noot 208).
Gij begrijpt, dat wanneer de loodregte zonnestralen op zulke boo-
men invallen, hun loof (zoo noemt men de som der bladeren van
een boom) weinig of nagenoeg geen lommer vormt. De plaatsen,
waar de bladeren op eene as bevestigd zijn, bevinden zich op
verschillende, of op gelijke hoogte. In het eerste geval spreekt
men van eenen spiraal-, in het laatste van eenen krans-
vormigen bladstand. Bij de eenzaadlobbigen komt vooral
de spiraalvormige bladstand voor; bij de tweezaadlobbigen
beiderlei soort. Bij den spiraalvormigen bladstand kan men
de bevestigingspunten van de bladeren op de as door middel
van eene denkbeeldige lijn vereenigen, die den vorm van een
217. Schematische voortellingen, a. Hier staan b. v. de bladeren aan den voet
der as digt bijeen (r o z e t v o r m i g, b. v. de bladeren der paardenbloem, Tcirdxueum
o/Jicindle)', b. op gelijke hoogte rondom de as (kr a n s v o r men d, b. v. de bladeren
van lieve-vrouwen-bod-itroo, Aspérula odorata) \ c. aan den top der as in hetzelfde
vlak (w a ai j er V or m ig , b. v. de bladslippen van vele palmen); d. paarsgewijs
kruiselings boven elkander geplaatst (gekruist, b. v. de bladeren der meeste Lip-
bloemigen); e. in allerlei rigtingen langs de as (verspreid, b. v. de bladeren van
zeer welig tierende klimop {Hédera Hélix). — Wanneer langs eene as de bladeren
aan weerszijden geplaatst zijn, dat het bevestigingspunt van één blad aan den
eenen kant steeds valt tusschen de bevestigingspunten van twee bladeren aan de
tegenovergestelde zijde, dan zegt men, dat de bladeren afwisselend staan (b. v.
by de linde, TUia)-, bevinden zich de bevestigingspunten der aan weerszijden langs
eene as geplaatste bladeren regt tegenover elkander, dan noemt men zulk eene blad-
plaatsing tegenovergesteld (b. v. bij d*»n h' p, JIfmulus Lüpulm).