Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•163
3. Enkelvoudig blai
diging en trapsgewijzen overgang in ge-
daante zult zien aannemen. Van alle dee-
len der planten vertoonen over *t algemeen
de bladeren de grootste verscheidenheid
in vorm; ter omschrijving van al deze
verschillen bezigt men bepaalde woorden,
wier kennis vooral dan te pas komt, wan-
neer men voor anderen eene schets van
het uitwendig aanzien van deze of' gene
plant leveren wil, of wel, bij het ontmoe-
ten eener onbekende plant, wil onderzoe-
ken, hoedanig en onder welken naam zij reeds door anderen
beschreven is (z. b. bl. 29). Ter vermijding van te groote
dorheid, laten wij nagenoeg al die »kunstwoorden" hier ach-
terwege, doch vergen daarvoor ook des
te ernstiger uwe aandacht voor het vol-
gende, waardoor u de weg gebaand wordt,
om de grondslagen te leeren kennen, waar-
op grootendeels het verschil in de blad-
vormen berust,
AV^'anneer gij de bladeren van eenige
algemeen bekende gewassen, b. v. van
een linde, eik, roos of wilden kastanje
naast elkander legt, dan zult ge bij al-
len eenige overeenkomstige bijzonder-
heden opmerken, b. v. groene, vlak
uitgebreide deelen, waaraan zich eene
boven- en ondervlakte, een rand, een
top, enz. laten onderscheiden. Verneemt
ge nu echter, dat — wanneer gij aan uw rozenblad b. v. 5
zulke deelen, en aan het kastanjeblad b. v, 7 zoodanige
telt, — elke dier afzonderlijke groene uitbreidingen slechts
een gedeelte van het geheele blad vormt (en daarom — hoe
groot zij op zich zelve ook zijn moge, — »blaadje" wordt
geheeten), en dat voorts slechts aan al die uitbreidingen
1. Enkelvoudig blad.
196. Een lindenblad. Men vindt iiier te lande 2 lindensoorten; de groot- en klein-
bladige {Tilia grandifólia en parvifólia).
197, Een eikenblad. Ook van den eik bezitten wij hier te lande 2 soorten: de ge-
steelde en ongesteelde {Quércus ped&nciüdta en séssilis). Deze benamingen hebben
geene betrekking op de bladeren, maar op de wijze, waarop de vruchten zijn vastgehecht.