Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
•159
zoodanig in elkander, dat zij elkanders tusschenruimten we-
derkeerig aanvullen. De plaatsen, tot waar zicli de uiteinden
van de bastgedeelten der vaatbundels uitstrekken, moeten als
de sclieidingspunten tusschen beiden beschouwd worden.
Bij zeer vele boomen vindt men de buitenste lagen der
oorspronkelijke schors hier en daar door kurk-cellen inge-
nomen, die zelfs nu en dan als zoogenaamde oogjes (z. b.
bl. 96) door de opperhuid heendringen (zoo als bij den berk,
den vlierboom, enz.). Weldra kan deze kurkvorming zich zoo-
zeer onder de opperhuid uitbreiden, dat deze laatste scheurt
en sterft; vaak geschiedt dit reeds in het eerste jaar. Wan-
neer meerdere lagen van het schorsparencliym door kurk-
weefsel vervangen worden, dan verdroegen al de hieromheen
liggende lagen, welke ook ten laatste bersten en afvallen,
wanneer zich aan de binnenzijde der eens gevormde kurklaag
steeds nieuwe kurklagen vormen. Dc kurkvorming is vrij al-
gemeen, doch zeldzamer zoo duurzaam, zonder afstooting der
oude buitenste lagen, als in de eerste jaren bij den kurk-
iep (*) en den veld-ahorn (f). Eene zeer sterke en gestadig
voortgaande kurkwoekering (welke de grondstof voor onze
kurken levert), vindt men bij den kurk-eik (§), die in het
zuiden van Europa en in Algiers rijkelijk groeit.
Wanneer zich, in plaats van gewonekurk, lederkurk ont-
wikkelt (z. b. bl. 97), dan ontstaat liierdoor eene effene, gladde op-
pervlakte van den stam; vormt zich deze alleen in het bui-
tenste gedeelte der scliors, dan blijven zoowel de oorspron-
kelijke als de later gevormde schors onafgebroken voortbestaan,
zoo als bij den beuk (**) en haagbeuk (ft). Docli de meeste
boomen, zelfs de van lederkurk voorziene, behouden slechts
een zeker aantal jaren hunne gladde oppervlakte; er ontstaat
namelijk vroeger of later, ten gevolge der kurkvorming, dat
wat men korst vorming noemt, en daardoor berst en sterft
zelfs de gladste buitenschors. Dit heeft o. a. ook ten laatste
bij die boomen plaats, waar, zoo als bij den l)erk (§§), gedu-
rende geruimen tijd, jaarlijks eene laag verdroogde lederkui-k
lint- of plaatvormig afbladcrt.
Onder korst verstaat men door kurkvorming afgestorvene
(*) XJlimls suheróm. (+) Acer campcslre. (ê) Quercus Suber.
(»•) J.'ii^us si/irc!lirn. (++) Carfiirmt Ilfluhis. (iS) Ilfluhi alhn.