Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
\7f>
steld en wordt ook hier mergscheede ot' mergkoker ge-
noemd. Tusschen de vaatbundels, waaruit die eerste houtkring
bestaat, blijven nu de groote mergstralen (z. b. bl. 88)
over, waarvan de lengte jaarlijks toeneemt, door bemiddeling
van den verdikkingsring, waaruit zich steeds" nieuwe mcrg-
straalcellen bij de oude voegen, terwijl daaruit te gelijker tijd
nieuwe elementen van vaatbundels l)ij de reeds bestaande
worden afgezet. Door zijdelingsche splitsing van eiken vaat-
bundel ontstaan te- ^
vens uit het hem
eigene teeltweefsel
de kleine merg-
stralen (*). In de
cellen der mergstra-
len vindt men vooral
in den herfstijd veel
zetmeel, hetwelk in
't voorjaar grooten-
deels weder in sui-
ker, enz. wordt om- ISl. Mergstralen.
gezet, vaak ook kristallen, kleurstoffen, harsen, enz. Ilun
levensduur kan zeer lang zijn en zij dragen er veel toe bij,
dat niet in oudere stammen het
houtgedeelte geheel van saptoe-
voer verstoken blijft. Om zich
van den waren aard der merg-
stralen te overtuigen, om ze
namelijk te herkennen als door
de lengte der stammen loopen-
de platen, dient men, behalve
eene dwarse doorsnede, ook
eene loodregte ' te maken, en
voor deze laatste den stam niet
188. Mergstraalcellen.
(*) Deze benaming is daarom minder juist, wijl de laatsten zicli nimmer tot aan
het merg uitstrekken.
187. Dwarse doorsnede van twee vaatbundels uit een driejarigen tnk dcrkurk-eik(QM<?VcMS
Suhcr): m is het merg; b het bastgedeelte en k do kurklaag der schors; men ziet hier éénen
grooten mergstranl (1); de overige (2,3,4; zijn kleine, gevormd in de opvolgende jnren.
188. Loodregte doorsnede van eikenhout {(^uércus pedünaddtn); jn is een mergstraal,
welks beide onderste cellenlagen als met zetmeel gevuld zijn voorgesteld; het laatste
vindt men ook in andere parcnchymcelleu {p) van het hout.