Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
150
zaadlobbigen juist zamenvalt met het teeltAveefsel van den ver-
dikkingsring (z. b. bl. 85).
Omtrent het maaksel van stammen van tweezaadlobbige ge-
wassen met onontAAnkkelde tusschenknoopen zijn geene vol-
doende onderzoekingen bekend, die het mogelijk maken, daar-
van algemeen geldige beschrijvingen te leveren. Daarentegen
is de bouw van meerjarige stammen of takken van tweezaad-
lobbigen met ont\\'ikkelde tusschenknoopen (waartoe de meeste
onzer boomen en struiken behooren), des te beter onderzocht
en kan dan ook het volgende strekken, om u daarvan een
begrip te vormen. Dat wij daarin, van het midden naar den
omtrek voortschrijdende, merg, hout en schors, als de drie
hoofddeelen, aantreffen, kan ik, na het voorafgegane, als be-
kend bij u verondei^stellen.
Het merg nu bestaat nagenoeg alleen uit parenchymcellen,
die in jeugdigen leeftijd soms zetmeel, harsen, kristallen, enz.
bevatten. Op lateren leeftijd vindt men somtijds de wanden dier
cellen verdikt en zelf verhout. Het is soms mogelijk daarin
twee lagen te onderscheiden: eene binnenste, drooge, witte
(kleurlooze) laag en hieromheen eene saprijke, meestal groen-
achtige laag. In andere gevallen beslaat het merg slechts eene
zeer geringe plaats en doet het
zich dan ook geheel voor als ge-
melde laatste buitenste laag. Bij
dwarse dooi'snijding vertoont het
niet altijd eene ronde, maar ook
wel eene drie- of vijfhoekige, eene
stervormige gedaante, enz. Zoodra
zich de eerste houtkring rondom
het merg gesloten heeft, houdt dit
op te groeijen. Dat gedeelte van
den eersten houtkring, hetwelk
onmiddellijk het merg begrenst, is
uit spiraal- of ringvaten zamenge-
186. Duidelijkheidshalve zijn in deze dwarse doorsnede de van het merg door het
hout heenloopende groote mergstralen (z. b. bl. 88) veel breeder en op grooter afstand
van elkander voorgesteld, dan dit werkelijk in zulk een zesjarigen tak of stam het.
geval is. De witte kring rondom de stippels stelt de mergkoker voor, daarop vol-
gen de laagsgewijs in ieder jaar gevormde houtkokers; hieromheen ligt de verdik-
kingsring; daarop volgt de bast (als donkere afgebrokene strepen voorgesteld) en
hierom de schors, enz.
186. Sdiemalisclie voorstelling van
eenen zesjarigen stam.