Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
145
gerc tijdperken van de ontwikkeling der aardkorst talrijker
cn omvangrijker exemplaren dan tegenwoordig bestonden, —
doen zich thans grootendeels als lage kruidachtige gewassen
voor, wier stengels dikwijls vertakt zijn. In de laatsten loopt
door het midden een vaatbundel of zijn de vaatbundels in
eenen kring geplaatst. De vaatbundels bestaan uit spiraal- en
trapvaten, omringd van teeltcellen, die soms
voor uitbreiding en vermeerdering vatbaar
zijn. Overigens bestaat het weefsel der sten-
Dwarse doorsneden van wollsllaaiiwijen.
geldeelen uit parenchymcellen. Van de vaatbundels loopen ver-
takkingen in de takken der stengels, in de wortels en blade-
ren uit. Het meerendeel der stengels bezit ontwikkelde tus-
schenknoopen, zoodat zij ook aanmerkelijk in de lengte kunnen
uitgroeijen.
De naaktzadigen bezitten stammen met onontwikkelde (cy-
cadeën) of met ontwikkelde tusschenknoopen (coniferen en
loranthaceën).
In het hout der cycadecn (z. b. bl. 87) vindt men alleen
kleine mergstralen (z. b. bl. 88). Het schorsgedeelte bestaat
uit twee lagen, waarvan de binnenste uit bundels bastcellen
cn dc buitenste uit parenchym gevormd is. Tusschen het hout-
en bastgedeelte bevindt zich een voor uitbreiding vatbare
verdikkingsring. Men vindt in eiken stam ëén of twee hout-
ringen en in het merg hier en d.oar verspreide vaatbundels.
Dit laatste vindt men ook in den een- of tweejarigen stam
179. a. Van Lycopódium clardtuvi. b. Van Lyc, fünifórmp. De vorm van den door
't midden loopenden vaatbundel verschilt in beiden. De daar omheen staande stippen
stellen de doorgesnedene vaatbundel-vertakkingen voor.
180. Dc wyze, waarop de centrale vaatbundel zich gewoonlijk vert.ikt, wordt door
zulk eene doorsnede nog duidelijker.
10