Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
136
zulk een onderaardsclx stengelgedeelte uiterlijk op een* wor-
tel gelijkt, dan noemt men bet een wortelstok. Gewoon-
lijk liggen de wortelstokken in eenigzins scbuinsclie of geheel
dwarse rigting in den bodem (de wortels staan meerendeels
loodregt); hun naar de oppervlakte van den grond gekeerd
uiteinde is steeds het jongst gevormd en van een knop voor-
zien; eindelijk bezitten zij meestal tussehenknoopen, hoewel
in den regel onontwikkeld, en min of meer duidelijke aan^vij-
zingen van bladeren (dikwerf slechts in den vorm van schub-
jes, enz.). Somtijds zijn zij de regtstreeksche voortzetting van
het stengelgedeelte der kiem (z. b. bl. 109); gewoonlijk echter
zijtakken, hieruit voortgesproten, waarna vaak dit eerste sten-
gelgedeelte weder sterft, zoodat zij nu de hoofdas der plant
vormen. In het eerste geval vindt men bij de tweezaadlobbi-
gen aan het eene (onderste of
achterste) uiteinde eenen echten
wortel, die later sterft, Avaarbij
dan uit den wortelstok bijwortels
ontspruiten. In het andere geval
sterft de echte wortel, waar hij
voorhanden was, terstond, en vindt
men alleen bijwortels aan den wor-
telstok, zonder aanduiding van den
168. Wortelstok.
167. Van het veelbloemig dalkruid {Convalldria multijióra). In denzelfden tijd, dat
uit eenen knop hiervan de (bij a afgesnedene) bladeren- en bloemendragende stengel
is uitgesproten, is er weder een nieuwe onderaardsche knop (6) gevormd, die zich in
het volgende jaar verder ontplooijen zal. Op het oudere gedeelte vindt men de
likteekens (c c) van in vroegere jaren aldaar aanwezige, doch later afgevallene boven-
aardsche stengeldeelen.
168. Van eene rietgras-(CarexOsoort. De boven den grond zich verheffende stengels
en bladeren zijn hier als afgesneden voorgesteld.