Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
129
De zeewieren onderscheiden zich vooral door fraaije kleur-
schakeringen ,
zoo als rood,
paars, bruin,
geel, enz,; de
zoetwaterwieren
zijn meestal
groen.
De groep der
zoogenaamde
kranswieren of
chara's vormt,
wegens haar
maaksel, den
overgang tus-
. schen de be-
dekt- en naakt-
sporigen. Ook
deze in water
levende planten
bezitten geenen
wortel of bladen,
maar bestaan uit rijen van cellen, die dunne pijpvormige,
in kransen vertakte stengeltjes vormen, lïet groene in deze
cellen bevatte vocht is in gestadige beweging. Door een be-
kleedsel met koolzuren kalk hebben zij dik-wijls eene witte
kleur. Zij bezitten eenen eigenaardigen, onaangenamen reuk.
Bij de naaktsporigen (z. b. bl. 110) vindt men veel scher-
per van elkander onderscheidene deelen dan bij de be-
dektsporigen en zoo o. a. ook (op eene enkele uitzondering
na) een in 't oogloopend verschil tusschen assen en blad-aan-
hangsels (z. b. bl. 116). De sporen der naaktsporige gewassen
groeijen niet onmiddellijk tot vorming van het nieuwe plantje
157. Blaaswier {Fucus tesictdósus); dit zeegewas (d. i. in zout water levende) bezit
hier en daar blaasvormige luchtbevattende holten (o) en aan de uiteinden knodsvor-
mige opzwellingen (h) met stervormige openingen; door de laatsten treden, bij rijp-
wording, de sporen uit.
158. Vingerwier {Lamindria digitdta). De vertakte voet strekt slechts tot aanhech-
ting op het een of ander Itgchaam, doch kan niet met eenen wortel vergeleken
worden. In het gewone spraakgebruik wordt niet zelden het gewone zeegras (Zostéra),
hetwelk tot de zaadplanten behoort, somtijds geheel ten onregte „wier" genoemd.
9
181. Wier.
168. Wier.