Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
128

15b. BlaivormiR korstaas.
150. StrnikYormig korstmos.
door een klein
schijfje, of ein-
delijk door bun-
dels langwerpige
cellen, waaraan
men verkeerde-
lijk den naam van
wortels heeft toe-
gekend. (O ver het
weefsel van korst-
mossen is reeds
boven bl. 68 ge-
sproken.)
De wieren,
waarvan verreweg het grootste gedeelte in zoet of zoixt water
leeft, drijven óf daarin vrij rond, óf zijn op vaste voorwerpen in
het water door middel van draad-of schijfvormige uitbreidingen
bevestigd.
Evenmin als een' wortel, kan men bij de zwammen, korst-
mossen of wieren, stengels of bladeren onderscheiden, daar
elke hiertoe behoorende plant zich, op hare eigene vdjze, als
een gelijkvormig ligchaam voordoet, waarvan de gedaante ech-
ter zoo zeer verschillen kan, dat deze o. a. een vrij doeltref-
fend middel aanbiedt, om daarnaar eene indeeling dier ge-
wassen in bepaalde groepen vast te stellen. Zoo spreekt men
b. v. van stofzwammen, draadzwammen, enz., van struik-,
blad-, gelei-korstmossen, enz., van draadwieren, vlieswieren,
enz. Op het ligchaam dier planten wordt in 't algemeen de
naam van loof toegepast (niet te verwarren met de geza-
menlijke bladeren van boomen, welke men ook dikwijls loof
noemt).
Het weefsel der wieren bestaat uit cellen van allerlei
vorm, tei'wijl niet zelden zoowel de vertakking van de cel-
len zelve, als de takvormige aaneenhechting der cellen tot
zeer sierlijke gedaanten van het merloof aanleiding geeft.
155. Parrnélia parietina •. een der meest algemeen verspreide korstmossen, dat zich
dikwijls als oranjegele plaat- of bladvormige uitbreidingen op onze muren of boom-
stammen bevindt; het ligt hiertegen vlak aangedrukt.
156. Chidónia hélUdijlóra: langs den grond groeijende, vertoont dit de bovenvermelde
eelbundels ook hechtvezels geheeten.