Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
schouwd zijn, welke later bleken meercellige zwammen te
zijn, in hare allereerste levenstijdperken.
Behalve bij de een-
voudigste eencellige
zwammen.bestaat er bij
alle andere eene soort
van fijndradig, ligt ver-
gankelijk, dooreenge-
ward weefsel Cbl. 68),
dat de grondslag is,
waarop al het overige,
tot de zwam behooren-
de, steunt. Dit valt ge-
woonlijk daarom min-
der in 't oog, omdat
het meer of minder
diep in de ligchamen,
waarop de zwammen
nestelen (dit zijn mee-
rendeels in bederf of
ontbinding verkeeren-
de ligchamen), gezeteld
is. Er bestaat echter
hiertusschen en tus-
schen wortels niet de
Zwammeo.
minste gelijkenis.
De korstmossen bezitten, volgens de beschouwingswijze van
enkelen, in den eersten tijd van hun ontstaan, eenen met dien
van zwammen vergelijkbaren grondslag, welke later weder ver-
dwijnt. Door anderen wordt aan dit draderige weefsel eene
andere beteekenis gehecht. Zij groeijen op boomstammen,
rotsen, muren, ook op de aarde, enz. en zijn of daartegen
vlak aangehecht, of daarmede in het midden verbonden door
154. a. Fusidium Soluni: een der zwammen, welke men in de knollen van zieke
aardappels aantreft, h. Oïdium Tuckéri: de zwarn, die de bekende dnüvenziekte te weeg
brengt, c. Mücor Mucédo: het vlokkige schimmelplantje, d. JlqiurgUlus pcnicilldtus:
het penseelvormige schimmelplantje.
Bij al deze mikroskopische zwammen vindt men van onderen denhoven beschrevenen
draderigen grondslag — mycelium genaamd. — Kiet alle zwammen zijn mikroskopisch
klein; men denke slechts aan de champignons, trufTels, of wel aan de zoogenaamde
vuurzwam, enz. die er o. a. toe behooren.