Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
124
vlas cn andere gewassen met hare fijne roode oi' geelachtige,
draadvormige stengels winden en met hare tepelvormige bij-
worteltjes als zuigertjes in de planten doordringen en aan
dezen hare sappen onttrekken. Zoo komt ook somwijlen o])
lil Züigwortel esner stengelparasiet.
150. Vertakts wortel eener stamparasiel.
eiken, berken, appel-, peren- of pijnboomen, enz, een heester-
tje voor, vogellijm genaamd, hetwelk niet minder gevaarlijk
is voor den stam, waarop het zich genesteld heeft en hetgeen
zich o. a. door de talrijkheid en eigenaardige vertakking zijner
zuigwortels onderscheidt. Rondom al dergelijke hecht- en
zuigwortels ontstaat reeds vóór hunne ontwikkeling eene
schijfvormige uitpuiling in het buitenste gedeelte der stengels,
welke later, wanneer deze bijworteltjes er doorheen dringen,
van lieverlede schotelvormig wordt, met verheven rand.
Het verdient wel de aandacht, dat de woekerplanten niet altijd
in verband staan met de bovenaardsche deelen der gewassen,
ten wier koste zij leven, maar dat die zamenhang vaak onder
den grond gezocht moet worden. Intusschen geschiedt hier
niet altijd de ineensmelting tusschen de woeker- en voe-
dingsplant door wortels, maar kunnen het ook onderaardscne
vinden. Men onderscheidt verder stam-of stengel- en wortelparasieten, naar-
mate zij staramen, stengels of wortels van hunne sappen berooven.
149. Van eene warkruid-soort {Cäscuia verrucosa^ welke vooral in broeikasten veel
schade aanrigt. In vergrooten vorm stelt A den overlangs doorgesneden stengel van het
warkruid voor; a azijn de. zuigwortels, welke tot aan het hout in den stengel B (hier op
de dwarse doorsnede voorgesteld) eener andere plant indringen. — De zich om de vlas-
plant slingerende heet Cuscuta epülnum. Behalve deze laatste soort, komen er hier te
lande nog 2 andere voor, die zich inzonderheid op thijm, brem, brandnetels, hop, enz.
nestelen.
150. Het onderste gedeelte eener vogeUijmplant(Ft«c«m album), in overlangsche door-
snede voorgesteld, om de wijze van indringing harcr wortels op den tak, ten welks
koste zij gevoed wordt, te doen zien.