Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
118
"Wanneer men dus b. v. eene in de aarde gezetelde plant » met
wortel en al uitroeit," dan volgt haar ondergang niet alleen
wegens eene stoornis in den wortel, — deze toch kan welligt
zelf geheel gaaf zijn gebleven, — maar omdat men al wat
tot de plant behoort zoodanig aan de plek, waar zij groeide,
onttrok, dat het noodzakelijk verband tusschen haar en den
bodem verbroken werd. Bovendien verdient het de aandacht,
dat niet alles, wat er van planten in de aarde gevestigd is,
in den strengen zin des woords tot den wortel behoort; zeer
dikmjls toch vormt de stengel ook een gedeelte daarvan, zoo
als wij later zullen zien.
Een echte wortel is alleen daar aanwezig, waar de aan-
leg van het worteltje in de kiem (z. b. bl. 109)
zich verlengd heeft en regtstreeks voortgegroeid is.
Die aanleg kan men wortelknopje noemen, ge-
lijk dan ook immer aan het ontstaan van elke soort
van wortels wortelknoppen voorafgaan. Alle
andere wortelvormingen dan echte wortels ontstaan
binnen in een weefsel, waardoorheen zij naar buiten
dringen en heeten bij wortels.
Bij de meeste naaktzadigen en tweezaadlobbigen
vindt men echte wortels; bij schier al de eenzaad-
lobbigen alleen bijwortels.
Het eigenaardige van wortelknoppen is o. a.
iiO. Eits wortsl jaarin gelegen, dat hun uiterste vrije spits zeer
spoedig met een laagje afgestorvene cellen bekleed wordt, ter-
wijl onmiddellijk hieronder de plaats is, waar de jonge cellen
gevormd worden, welke tot verlenging van den knop bijdra-
gen. "Wanneer de knop nu tot eenen zigtbaren (echten of bij-)
wortel is uitgegroeid, blijft ook altijd de spits hiervan met
zulk een kapje (wortelmutsje genaamd) bekleed, bestaande
uit eenige lagen cellen, waarvan de buitenste steeds sterven
en afgestooten worden, in dezelfde mate als juist daaronder
steeds nieuwe cellen ontstaan. Omdat nu de spits der wor-
tels de zetel der celontwikkeling is, behoort men o. a. bij de
overplanting van gewassen uit den eenen bodem in eenen
140. Van de gewone peen (Daums Carola). Door kweeking wordt de dunne wortel
dezer plant dik en vleezig, gelijk dit ook bij meerdere gewassen het geval is, zoo als:
rapen {Brassica Râpa), radijzen {Rdplwnus satirus), sellerij (Apium grarcolcns), enz.