Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
115
Bij verdere uitgroeijing der kiem echter ontwikkelt zich het knopje
zóó, dat het stengelgedeelte daarvan zich merkbaar verlengt,
waarna zich
ook de daar-
aan beves-
tigde , tot
het knopje
behoorende
bladeren
ontplooijen.
Weldra
vormt zich
nu aan den
den top van
den jeugdi-
gen stengel
een nieuwe
knop, enz.
Dat eene
plant toch
zich zooda-
158. Meer ontwikkelde tweezaadlobbige plant
nig voordoet, als wij haar in verder ont-
wikkelden toestand aantreffen, is nagenoeg
alleen het gevolg daarvan, dat zich de
eens gevormde deelen verlengen en uit-
breiden en dat er van tijd tot tijd nieuAve
knoppen ontstaan, Avelke op soortgelijke
wijze ontplooid worden als de allereerste.
Met name geldt dit van de zaadplanten,
waaraan men altijd eene as kan onder- 139-Scbetóe voorstelling
scheiden — bestaande uit stengel en wor- raadplaat.
138. Ontkiemd zaad van den witten boon {Phaséolus ohlóngus). De zaadlobben (a b)
zijn hier reeds aan 't verwelken. Hieronder ligt een klein gedeelte van den stengel
cn verder de hoofdwortel, zich verlengende (tot in A) met de later ontstane worteltak-
ken (g). Boven de zaadlobben vindt men het verdere verlengsel van den jongen stengel,
als drager der eerste bladeren (cd) en aan zijnen top een jong knopje (e), hetwelk bij
verdere uitgroeijing een nieuw stcngellid zal vormen.
139. Eene plant als de hier geteekende bestaat er niet, daar b. v. van onderen de
zaadlobben reeds lang verdwenen zijn, vdtfrdat van boven een bloem gevormd is; daar
O. a. nergens de bloemdeelen zoo ver boven elkander staan, enz. Het figuur dient
alleen om te doen zien, dat als drager van alle overige deelen de door het midden
loopende a s to beschouvven is, waarvan het onderste gedeelte («) „wortel" heet, en
8*