Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
mm
lU
ten van beiderlei groepen toch vcrtoonen gewoonlijk, wanneer
zij geheel ontwikkeld zijn, zulk eene verscheidenheid in vorm,



136. Oatkiemde eenaadiobbige planL
131. OnOiieinde tweezaadlobbiQs phct
bouw, enz. dat er slechts eene kortstondige oefening voor
noodig is, om ze reeds bij den eersten" oogopslag gemakkelijk
van elkander te kunnen onderscheiden; met de daartoe strek-
kende kenmerken zult gij, bij verdere lezing, vertrouwd ge-
raken. Die verscheidenheid in vorm, bouw, enz. gaat zelfs
zóó ver en is zoo bestendig, dat er zekere groepen of plan-
ten bestaan, welke men met alle regt tot de één- of twee-
zaadlobbigen rekent, ofschoon hare kiemen geene zaadlobben
bezitten (*).
liet jonge stengeltje is, zoo lang het nog als een deel van
het knopje besloten ligt, in de kiem niet altijd gemakkelijk
zigtbaar. liet wordt door onkundigen niet zelden met liet
worteltje verward, hetwelk altijd eerder voor den dag treedt.
133. Ontkiemde maïskorrel (vrucht van Zéa Mdys). De zaadlob (a) omsluit luer het
knopje,' waarvan het stengeltje zich van binnen (ter plaatse van d) bevindt; b is het
eerste blad van dit knopje; c de jonge bijwortel (z. b. de verklaring van fig. 130).
137. Ontkiemd zaad van den snijboon (Phaséolus C07npré8sus). Onder de zaadlobben
(«6) bevindt lich een klein gedeelte van het stengeltje en overigens het uitgegroeide
en (bij c) vertakte worteltje. Boven de zaadlobben bevindt zich het ontwikkelde knopje
der kiem, bestaande uit het verdere verlengsel van het stengeltje met de daaraan
bevestigde bladeren (de).
(*) Dit is bij de Orchidéën (monocotylen), Orobanchéën, eenige Cactus-en Cuscuta-
soorten (allen dicotylen), enz. het geval. Zoo heeft b. v. CycUmen (eene dicotylische
plant) slechts één zaadlob.