Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
110
duidelijk als blaadjes kenmerken ; men beschouwt ze dan ook al-
tijd, hoedanig ook hun voorkomen zij, als zoodanig. Hetgetal dier
blaadjes kan verschillen: Onder de genoemde naaktzadigen komen
ervoor, die meer dan twee bezitten. Bijna alle bedektzadigen
echter hebben er één of twee. Deze bladen heeten : zaad-
lobben (*) en, naar gelang nu van dit getal, noemt men
zulke planten met meer dan twee: veelzaadlobbigen (f);
die met ëén zaadlob: eenzaadlobbigen (§) en die met
twee: tweezaadlobbigen AVaarom men nu de uit
sporen groeijende gewassen n iet-zaad 1 obb igen (ft) noenit,
is ligt begrijpelijk; uit sporen vormen zich namelijk geene
zaadlobben.
Om u het medegedeelde gemakkelijk te herinneren, diene
het volgende overzigt:
PLANTEN ZIJN:
Sporeplanten of Zaadplanten
(= Verborg en-hloeij enden).
Deze zijn:
BKDEKTSPORÏGEN of NAAKTSPOllIGEN.
Hiertoe behooren:
(= Ziglhaar-hloeijenden).
Deze zijn:
NAAKTZADIGEN of BEDEKTZADIGEN.
Vau de hiertoe
behoorende is het
De hiertoe behoo-
rende zijn :
Hiertoe behooren:
Levermossen,
Zwammen, loof mossen, va-
reus, paarde-
korstmossen staartige n,w a-
tervarens en meerendeel
en wieren. wolfsklaauwi-
gen.
Al de sporeplanteu zijn: Veclzaadlobbl- Een- of Twee-
\'ict-ZAadIobbi;^eii. I^eii. xaadlobbigen.
Zoo als nu de sporeplanten in groepen zijn verdeeld,
zwammen, wieren, enz. genaamd, heeft men ook van de
zaadplanten een aantal hoofdgroepen onderscheiden, die we-
aloë. De aloë's namelijk — ofschoon ook eenzaadlobbig — behooren tot eene andere
groep.
(*) Ook wel: kiemlobben of kiembladen; een uit 't Grieksch afgeleid
woord daarvoor is: cotyledónen.
(+) PólycotyUdónen of Póiycotylen.
(§) MónocotyUdónen of Mónocotylen.
(*•) Dicotyledónen of Dicotylen. — Po lus beteekent in het Grieksch »veel"; mo-
nos »enkel" en dis »dubbel."'
(tt) Acotyledónen of AcntyUn. — Deze a beteekent zoo veel als ons • on-" of »niet."