Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
ihisverre behandelde helder is geworden, het latere nagenoeg
geen bezwaar zal opleveren, om begrepen te worden.
Ten slotte behoort nog te dezer plaatse vermeld te wor-
den, wat er tnsschen de cellen gelegen is. Dikwijls
zal het u onmogelijk zijn, bij eenvoudige beschouwing door
het mikroskoop, tusschen naauw aaneensluitende cellen eenige
afscheiding of grens te ontdekken. De wanden van zulke
cellen zullen u in den regel als tot éénen enkelen ineenge-
smolten voorkomen. Door aanwending van reagentiën (z. b.
bl. 18) kan men zich evenwel overtuigen, dat er een ver-
bindingsmiddel bestaat, waardoor alle nevens elkander gele-
gene cellen vereenigd blijven. Het draagt den naam van
tusschencelstof en is in zijnen scheikundigen aard af-
wisselend, naar gelang van dien der weefsels, waarin het
zich bevindt. Men acht het thans waarschijnlijk, dat deze stof
haren oorsprong verschuldigd is aan eene verandering, welke
de wanden der moedercellen ondergaan, nadat zich hierin
dochtercellen (z. b. bl. 62) gevormd hebben. Hare geringe
hoeveelheid is gewoonlijk oorzaak, dat zij over het hoofd
wordt gezien; wanneer men echter celwanden door jodium-
oplossing en zwavelzuur heeft blaauw gekleurd, dan blijven
er vaak ongekleurde of wel lichtgele strepen tusschen zigt-
baar, gevormd door de tusschencelstof, welke door deze vloei-
stoffen niet, zoo als cellulose, wordt aangetast. Men kan
aaar ook verstoren of vernietigen, zoo als soms werktuige-
lijk door drukking of met behulp van naalden, soms ook,
bij sterker zamenhangende celwanden, door weeking, bevrie-
zing of door koking met salpeterzuur, potasch, enz., waardoor
de vroeger aaneenhschtende cellen van elkander losraken
(z. b. bl. 53). Het wordt tegenwoordig wel als mogelijk
beschouwd, dat de tusschencelstof ten gevolge van doorzwee-
ting door de celwanden vermeerderd kan worden. Intusschen
is er nog veel, betreffende hare vorming en zamenstelling,
onopgehelderd, zoodat alle plantkundigen hierover nog niet
eenstemmig denken; hetzelfde geldt van de boven (bl. 92)
vermelde cuticula, waarmede zij in menig opzigt overeen-