Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
83
p b V V t b p
38. Overlanjsctie doorsnede van den vaalbündel eener
allerlei (boven bl. 73, enz. vermelde) teekenïngen voorkomen.
Het teeltweefsel bevindt zich hier altijd midden in den
vaatbundel, terwijl de cellen, waaruit het bestaat, gewoonlijk
spoedig na de vorming p b v v t b p
van den vaatbundel het
vermogen tot verderen
groei en vermeerdering
verliezen. Daardoor
wordt dan ook zeer dik-
wijls het dikker worden
van eiken vaatbundel be-
lemmerd, weshalve hier-
op inzonderheid de naam
van geslotene vaat-
bundels wordt toege-
past. Hun groei bepaalt
zich dus alleen tot ver-
lenging. Wanneer in het een of ander plantendeel (b. v. in stam-
men) zulke vaatbundels
met elkander in verband
staan, geschiedt dit door
onderling zamenhangende
vertakkingen, waarin zij
zich iiier en daar splitsen.
c.) Bij de tweezaadlob-
bigen eindelijk (waartoe
O. a. de meeste der in onze
luchtstreek groeijende boo-
men behooren) bestaat
\p elke vaatbundel, evenzeer
als bij de eenzaadlobbigen,
uit teeltweefsel, vaten en
bast- en houtcellen. Ten
opzigte der laatsten valt op
te merken, dat hier het
) D O O l—)0 CD r
' V -hry r V V-






99 Dwarse doorsnede van den vaatbiindel eener
98. Uit eenen maïsstengel (Zéa Mdps). De beteekenis der letters is dezelfde als
in de vorige figuren. Men ziet hier (p t) twee ringvaten, een spiraalvat en twee
gestippelde vaten naast elkander liggen.
99. Uit den stengel van de erwt (_Pisum satïvum). Van buiten naar binnen volgt
op de opperhuid (o) en de schors {«) het buitenste eedeelte van den vaat-
G*