Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page
VOOKBKRIGT. VII
Welligt mag zij, die dikwijls geheel verkeerd begrepen
wordt, zich door eene eenvoudige voordragt, waarop ik mij,
zoo veel dit mogelijk was, toelegde, meer vrienden en be-
schermers verwerven dan tot dusverre. Want, waarlijk!
die uitstekende plantkunde, zij verdient van de zijde der
leeraren in ons land meer belangstelling dan haar tot nog
toe ten deel viellC*-'
Eindelijk was ik niet zelden in de gelegenheid op te mer-
ken, dat het jammer is, hoe, op enkele uitzonderingen na,
bijkans allen, die deel willen nemen aan de lessen over
plantkunde, zoo als die bij het hooger onderwijs zijn vast-
gesteld, zich geheel onvoorbereid tot eene studie genoopt
zien, waarvan al wat daarbij voorkomt hun nieuw en vreemd
is. Die nu met den tegenwoordigen omvang der plantkunde
bekend is, zal het vermoedelijk wel toegeven, dat de wijze,
waarop men thans de plantkunde doceren moet, en wel in een'
betrekkelijk zeer korten tijd, uit dien hoofde zich slechts
tot het elementaire gedeelte bepalen kan, en dat er van die
„copzYct selecta'' en welke er meer van zulke beloften op de
Series ïectionum voorkomen, bitter weinig in uitvoering kan
worden gebragt. Daardoor komt men ook met den student
gewoonlijk niet veel verder dan tot het hoog noodige voor
het examen, en keert deze, van zoo veel instampens vermoeid,
„na zijn propaedeutisch", de botanie den rug toe. Ware
hij daarentegen de hoogere school ingetreden, met een groot
deel dier kennis toegerust, welke hij zich nu aldaar moet
eigen maken, dan had hem welligt ook de plantkunde aldaar
meer kunnen boeijen, omdat hij alsdan minder werk had
behoeven temaken van wat er in zijn leerboek staat en zich
veeleer met de planten zelve en wat daartoe behoort door
eigen onderzoek vertrouwd kon maken. Alleen dit laatste
diende den student te zijn opgedragen en zoude ook meer
blijvende toeneiging voor de beoefening der plantkunde ten
(*) In/onderheid ten behoeve van hen, dig de Lat(jnsclic taal niot inagtig zijn,
licb ik — daar de Latijnschc woorden dikwiils ten onregtc lop ziiii Kransch" wor-
den uitgesproken — boven die lettergrepen, waarop dc klemtoon vallen moet,
een tceken geplaatst, en voeg er hier alleen bij, dat wij gewoon zün, zulke woor-
den gladweg even als Hollandsclie uit te spreken.