Boekgegevens
Titel: De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Auteur: Coster, D.J.
Uitgave: Amsterdam: C.L. Brinkman, 1864 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1046 E 14
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200028
Onderwerp: Biologie: botanie: algemeen
Trefwoord: Plantkunde, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De plantkunde: voor zelfstandige oefening of ten gebruike bij het middelbaar en tot voorbereiding voor het hooger onderwijs
Vorige scan Volgende scanScanned page

somtijds echter vindt men ze, met name in saprijke planten-
deelen, als zelfstandige vormingen in teeltweefsel.
VI. Vezel weefsel. De uitdrukking ,jplantenvezer* wordt
in het dagelijksch spraakgebruik dikwijls gebezigd, zonder
daaraan echter eene meer bepaalde beteekenis te hechten
dan die van eenen gewoonlijk vrij langen en stevigen draad,
uit het een of ander plantendeel afkomstig. Beschouwt men
nu zulk eenen draad door het mikroskoop, dan blijkt zij
vaak uit meerdere cellen, ook wel met vaten vereenigd, te
bestaan. Wanneer men echter als plantkundige van „vezels"
spreekt, dan verstaat men daaronder langwerpige, eenigzins
prismatische, aan de uiteinden spits toeloopende cellen. (*)
Daar zij nagenoeg altijd met elkander vereenigd voorkomen,
brengen wij ze bij de behandeling der weefsels ter sprake.
Het is juist om die vereenigde optreding, dat wij haar als eene
84. Katoendraad. li Zijdedraad. 86. Woldraad.
meer eigenaardige vorming kunnen beschouwen, doch niet
om hare bijzondere gedaante. Er zijn immers (z. b. bl. G4)
(•) Men noemt ze ook wel, voornamelijk de tot het liout behoorende: pro se n chy ra-
cellen.
S3. Uit de vla.splant (Linum üsitatisêimum). Eene rolronde, aterk verdikte bastcel,
die alleen door *t midden eene zeer smalle liolte be7.it.
84. Een haar van het zaadbekleedsel der katoenplant {Gossypium herbdctum).
platte handvormige cel, mot verdikte randen.
85 en 86. Beiden van dierlyken oorsprong. De zijdedraad is rolrond, zonder holte,
dikwijls met een smal randaanhangsel. De woldraad Is met fijne schubjes (oppei-
huidscelletjes) bezet.