Boekgegevens
Titel: De muzikale vriend der jeugd, of Bevallige zangstukjes voor het opkomend geslacht: ook tot schoolgebruik
Deel: 3e en laatste stukje
Auteur: Oudshoff, W.
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1826
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6742
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200025
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De muzikale vriend der jeugd, of Bevallige zangstukjes voor het opkomend geslacht: ook tot schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
— 9 —
Uwe almagt, Heer der Heeren!
Bragt alles voort wat is;
En alles blqft u eeren
Voor zijn behoudenis.
Uw goedheid heeft geen perken.
'k Juich ia dit avonduur:
»Hoe groot zijn Heer, Uw werken!
1) Hoe schoon is de natuur! "
Als de avondwind van 't Zuiden
Ons zachte koeltjes brengt.
En'zoeten geur van kruiden
Met zijne luchtjes mengt;
Als 't woud Uw' lof doet rgzen,
Zoo leer ik mijnen pligt,
En wil U staamlend prijzen.
Die alles riept in 't licht.
4-
Elk beekje, dat wij hooren,
Daar 't langs zgne oevers glijdt,
Ruischt mij verrukt in de ooren,
Dat Gij zgn Schepper zyt!
Ja, groot zyn, Heer, Uw werken!
'k Juich met een big gemoed;
p Gods wijsheid heeft geen perken
n De Heer is eindloos goed!