Boekgegevens
Titel: De muzikale vriend der jeugd, of Bevallige zangstukjes voor het opkomend geslacht: ook tot schoolgebruik
Deel: 3e en laatste stukje
Auteur: Oudshoff, W.
Uitgave: Rotterdam: Mensing en Van Westreenen, 1826
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 6742
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200025
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De muzikale vriend der jeugd, of Bevallige zangstukjes voor het opkomend geslacht: ook tot schoolgebruik
Vorige scan Volgende scanScanned page
15.
Pe onleibre flonkerlichten;
Die voor het oog schier Ewichteii
In 't matelooze wolkgespan,
Zijn zooveel wereldbollen ,
Die door het luchtruim rollen,
Naar Gods oneindig liefdrigk plan.
3.
Wat toch — wat is onze aarde! —
Hoe nietig: klein van waarde .. "
Bij 't eindloos nooit berekend tal
Van werelden, vol leven.
Wie 't aanzqn werd gegeven
Door God, den Bouwheer van 't Heelal.
Wij knielen , God en Vader! , 4.
O aller levensader !
Voor U in 't stof aanbiddend neer.
Bedwelmd ter neergebogen.
Stijgt opwaarts naar den Hoogen
Ons staamlend loflied U ter esr.
5.
Gij toch — wien wereldtallen
't Harmonisch loflied schallen,
Hoort ook in gunst ons needrig lied.
Dat we, om Uw naam te prijzen,
Doen opwaarts tot ü rijzen;
N«eii — Gij versmaadt ons loflied niet.
Mr.