Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
§ "De lustige Jager.
Zoo dreef men door de wind,
Op Gods genade henen, -
Een land wordt ons bekend,
Een toren ons verscheen;
Ierland wil dit verstaan.
Bij Kingsal wij aanlanden,
Daar lagen nog vier dood,
Met menschenvleesch in handen.
Men bragt ons spijs en drank
En bier en goede wijn.
Men zag de plaats in roer.
De menschen vol van pijn.
Zij liepen in het schip,
En zagen menschenbonken,
Die lagen overal.
Met 't vleesch van al de schonken
Zij vielen op haar knieën.
En dankten hunnen God,
Voor eenen goeden reê,
Die hen gegeven werd,
En bidt toch al te zaäm
Die zoo zijn kost moet winnen.
Dat zij een goede reê.
Of haven mogen vinden.
Jongmans klagt.
Ach Margrietje, roijn voogdesse!
Hoe verslijt je dus jou jeugd,
Dat je altijd bij je besje
Zoo blijft wonen zonder vreugd;
Margriet ei niet, laat dit oude wijf.
Toch niet zijn uw tijdverdrijf.
Ei niet, kiest voor 't oude wijt,
Toch een ander tijdverdrijf.