Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
? De'lustige Jager. 60>
Eü bouwt op uwen God;
Ach ja, sprak hij verheven,
Adien, mijn kameraads!
Ik ga u nu begeven.
O hemel zon en maan!
Wat schrikkelijke nood.
Niemand van hen allen,
l>ie hem brengen wou ter dood;.
Toen wierp mSn weêr het lot.
Wie dat hem zouden slagten,
En 't viel op Jan de Blaauw,
O God! zeer gcoot van magten-.,
Hij hief zijn handen op,
Kn klaagde God zijn nood!
Wil mij vergeven toch.
Wij doen 't uit hongersnood,'
Adien, mijn maats voor 't lest.
Het vleesch al van mijn bonkeü^.
Ik ben ter dood bereid,
't Is al aan uw geschonken.
De Slager kwam daaraan.
Een bijl al in zijn hand,
En gaf hem zulk een slag,
Dat hij ter aarde lag. .
Men lag hem op een blok.
En hieuw zijn vleesch in stukken,-
Zij grepen al daar naar.
Men zag het hem ontrukken.
De bonken op de schaal.
Het menschenvleesch bij nood,
Men deelde 't overal.
Al door den honger groot.
Zij grepen al daarnaar,
En aten armen, beenen;