Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
52 Dè justige Jager,
Het onnoozele HansjCo
Wijze; H ging een meisje aan de kant.
Het geschiedde op een tijd,
Dat een man op- oude jaren, u
Is: geworden Heremijt,
En liet al de weelde varen,
Heeft de wereld met haar pracht,
Maar voor slavernij geacht.
Twee zoons liet hij in de stad,
De derde heeft hij meêgenomen,
En hij zeide: hij zou dat,
Nooit bij vrouwen laten komen.
Hij dachi: wat men niet en ziet,
Dat bekoort het harte niet.
't kind bleef alzoo bij zijn va^r,
^ En kwam nimmer bij de luiden,
En-at met hem menig jaar,
Niets als wortelen en kruiden;
Vaste driemaal in de week,
. En dronk water uit de beek.
Maar alzoo 't eens kwam te pas,
Dat daar iu een van de dorpen,
Bij de Boeren kermis was;
V^on men naar een Gansje werpen,
tVaarbij heel de zoete jeugd,
Dat kwam zien met volle vreugd.
En een Priester, wel bekend.
Als een man van goede zeden,
VV^oonde aldaar ook omtrent,
■En heeft deez! Hermiet gebeden,
En door zijnen boó gelast,
Dat hij wezen zou zijn gast.