Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
B E
LÜSTIGE JAGER.
Jagerslied.
Wijze: Van de Pellerin.
Op een vroegen morgen was ik in het veld,
Met mijn hart vol zorgen en met min gekweld,
Mijn snaphaan geladen aJleen op de jagt,
Maar tot mijn verzaden, met een droef geklag
Zag ik een zwaan, ik heb mijn snaphaan,
Op dit wild dier afgeschooten, zag ik een zwaan
Ik heb mijn snaphaan, op dit wild dier laten gaan.
2. Maar door het geruchte in het groene woud,
Zag ik een lyiaagde vlugten, haar hart wasbenaauwd
Wijl haar schaapje weide in het groene gras,
Ik riep stak u lijden en spoedde mij wat ras,
Ach Herderin! die ik bemin.
En wilt vöor geen jager beven,
Ach herderin die ik bemin, verstaat mijn regte zin.
3. Langs de waterstoomen volgde ik haär na,
Onder het lommer der boomen, zoo kwam ik bij haar
Herderin geprezen! en zijt niet benaauwd,
Oij kunt mijn smart genezen in dit groene woud,
Geen andere maagd, die mij behaagt,
Op u alleen stel ik mijn zinnen,
Geen ander maagd, aan mij behaagt
Liefste! gij wordt tot min gevraagd.