Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
De lustige Jager. . 43
En raak riet door uw zoete toon
Toch gaarne in de lij,
Het is maar wind, mijn lieve vrind.'
Ik ben te jonge spruit.
Want als men zich ter trouw verbindt.
Dan is de vreugde uit.
J. Mijn overschoone Isabel!
Gij zijt mijn tweede ziel'
En laat inij toch in geen gekwel.
Daar ik hier voor u kniel;
Geef mij uw hand, tot trouw en pand.
En Vvfees niet meer zoo strat,
Want doe je mij geen onderstand
Dan daal ik in het graf.
D. Minnaar! uw droefheid neemt geen end
Ik zie uw trouwigheid.
Nu heb ik eerst den grond gekend
Van uw standvastigheid;
Door al uw smert, hebt gij mijn hert,
Van liefde zoo doorwondt,
Het schijnt het afgenepen werd,
Gij wordt mijn man terstond.
Het beklag van Jan droogbloed
Wijze: Jan de Wasscher.
Ik heb een Kermispop getrouwd,
Ëen zoete Engelin!
Maar 't heeft mij al te lang berouwd,
Och ik wordt dol van zin.
Ik dacht dat ik wat moois en had,
Als ik dat zoete kind
GetBouwd had al in deze stad,
Hoe was ik zoo verblind,