Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
De lustige Jager. Só,
Ik ben haar ijlings nagesneld,
Nog vlugger dan de -wind;
Maar toen ik haar een kusje vroeg.
Mijn hand reeds om haar middel sloeg,'
baar zat een speld die deed mij zeer
Ik dacht toen om geen kusje meer.
Eens op een schoone zomerdag.
Ging ik door bosch en groen,
En toen ik daar mijn meisje zag,
Vroeg ik haar weer een zoen.
Ik bragt mijn mond bij haren mond,
Maar ziet een slimme jagershond.
Die beet mij nijdig in mijn beeC)
En ik" ging zonder kusje heen.
Eens dat ik voor haar woning zat.
Schroomde ik geen onheil meer.
Ik had haar bandjes reeds gevar.
En drukte die zoo teêr;
Maar toen ik wou aan 't kussen-gaanj.
Kwam onverwachts haar vader aan,
J'ien uitslag raadt ge zeer gewis,
'k Liep andermaal een kusje mis.
Eens gaf mij Roosje dezen raad,
Tot heeling van mijn pijn,
Zij sprak: asn het venster in de straaï
Zal 'k heden avond zijn.
Ik ging daarheen met blijde waan.
Ging op een loer voor 't venster staan,
Maar zie daar brak de leer aan stuk.
Ik kreeg geen kusje maar een kruk.
' Zoo gaat het met mij ieder keer,
't Is of het lot mij speelt,
Ik vraag mijn meisje nimmermeer.
Zoo me eens een kusje streelt.
3*.