Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
De lustige Jager,
19
Ja plat gebeukt, bis.
Schei uit riep hij: ik ben gedeukt,
Ea al mija volk wordt plat gebeukt,
Wordt plat gebeukt, bis.
Maar evenwel hij wou de moed,
Toch gansch niet laten zaken,
Hij wist de stokvisch die is goed,
Men zou 't hem niet meer bakken;
Kom, mannen kom, op nieuw weer aan,
Gij moet uiet hongrig henen, #
Niet henen gaan, bis.
Toe Fransclijes blijft niet lang zoo staan,
Maar val je magere buik voortaan,
Jou buik voortaan,
Ja baas maar 't is hier vreeslijk koud,
Gij zelf doet niets dan beven,
Had gij maar braaf wat turf en hout,
Op reis ons meegegeven;
Eeu sobre rok en niets in 't lijf,
Braaf kogels tot een tijdverdrijf,
Ja tijdverdrijf, bis.
Waar berden we ons zoo koud en stijf,
Die stokvisch zit ons dwars in H lijf,
Ja ia ons lijf. bis.
Val aan, maar mannen doet je best,
De saus is reeds aan 't koken,
Och waren we maar in 't Fransche nest,
't Verdriet ons al dat stoken;
Zie zoo, de maaltijd is gereed,
Nu weet je dat je stokvisch eet,
Ja stokvisch eet, bis.
Maar ach, wat valt die peper heet,
Zie hoe ik in de koude zweet.
Zie hoe ik zweet. bis.