Boekgegevens
Titel: De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Auteur: [niet beschikbaar]
Uitgave: Amsterdam: bij G. van der Linden, ca. 1820 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 2497 F 34
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200015
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse letterkunde
Trefwoord: Liederen (teksten)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De lustige jager, zingende vele vrolijke liederen, voor alle lieve meisjes, die met hem ter jagt willen gaan
Vorige scan Volgende scanScanned page
§ "De lustige Jager.
Vorst David ook niet lang daanm,
Beloerde huisvrouw Bathseba,
En liet uit vriendschap Uria,
Doorschieten als een schuimspaan.
O vader Abraham! enz.
t Was ook wat moois toen Absalon,
Op 't duivenplat bij Esther klom,
Men kon er 't ongesierde stik,
Van Mousjes zoo uit proeven,
O vader Abraham! enz.
Baas Salomon, die leepe vent,
2ijne oude streken zijn bekend.
Verzaakt om 't vreemde Jufferschap,
De wet en de profeten.
O, vader Abraham! en.z.
Zoo is 't gegaan en gaat het nog,
Die pchalkerij en dat bedrog.
Bezielt de natie in 't gemeen,
Tot schande van de Nazaat!
O vader Abraham! enz.
de Liefde.
Wijze: Rinaldo.
Waarom moet een meisje bloozen,
Als zij -t woordje liefde hoor+P bis.
Waarom moet zij kui;istig veinzen. bi%
Als de liefde 't hart bekoort? bis
Is de liefde dsn onedel?
Is ze een grove lage drift?
Die den grooten mensch vernedert.
Voor de wijsheid tegengift.