Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
82
van eene wereldzee, geene groote riyier zag Berlijn opwassen en groot
worden. In tegendeel: Berlijn is eene stad in een zandig, onvruchtbaar
land gelegen, verre van de groote wegen die het wereldverkeer van ouds-
her volgde.
Waar Berlijn ligt, vormt de Spree een eilandje, dat, veilig als het lag
midden in het water, reeds zeer vroeg bewoond was. Het verschijnsel,
dat een riviereilandje het ontstaan aan eene stad heeft gegeven, komt dik-
wijls voor, o.a. bij Parijs en bij Hamburg.
Het hooge Spree-eilandje heette Kollen, waarnaar het plaatsje Collin of
Cöln werd genoemd. Eene dergelijke hoogte bevond zich ook op de noord-
zijde der rivier tegenover het eiland. Daar, waar de overtocht gemakkelijk
kon plaats hebben, ontstond eveneens eene plaats, die — de naamsaflei-
dingen luiden zeer verschillend — Berlin werd geheeten. Deze beide plaatsjes
smolten samen en werden een levendig stadje van visschers, molenaars
en schippers, en tevens de marktplaats der omgeving. Toen ten tijde van
Albrecht den Beer de kleine Slavische landjes tusschen Oder en Elbe tot
het markgraafschap Brandenburg werden samengevoegd, werd Berlijn daar-
van ongeveer het middelpunt. Verder waren de ligging tusschen de beide
landruggen, de richting der nabijzijnde rivieren, Havel en Spree, maar
ook Elbe en Oder, Warte en Netze, van belangrijken invloed op de ont-
wikkeling der stad. Later werden de waterverbindingen door kanalen volko-
mener gemaakt, zoodat Berlijn met alle plaatsen aan Elbe, Oder en Weichsel
in gemakkelijke gemeenschap stond. Eindelijk ligt Berlijn vrijwel in het
midden van de Noordduitsche laagvlakte, in het kruispunt van land- en
waterwegen. Toen de tijd der spoorwegen voor Duitschland was aange-
broken en Berlijn steeds meer een hoofdkruispunt voor de moderne ge-
meenschapswegen werd, en toen Pruisen de hoofdstaaf van den Noordduit-
schen bond, ja eindelijk de eerste staat van het Duitsche keizerrijk was
geworden, toen vooral ontwikkelde Berlijn zich snel. Eenige cijfers mogen
spreken. In 1688, het sterfjaar van den Grooten Keurvorst, telde Berlijn
17500 inwoners; in 1712, bij het einde van de regeering van Frederik 1,
61000; in 1740, het jaar der troonsbestijging van Frederik den Grooten,
90000; in 1786 (Frederik Wilhelm II) 148000; in 1797 (Frederik Wil-
helm III) 166000; in 1840 (Frederik Wilhelm IV) 330000; in 1858 bij
het begin van het regentschap van Wilhelm I, 458000; in 1867 daaren-
tegen reeds 702 000 en tegenwoordig ruim i millioen. Deze cijfers bewijzen ,
dat de staatkundige gebeurtenissen van grooten invloed op de bevolking
van Pruisens hoofdstad zijn geweest.
Ook in een ander opzicht weerkaatst Berlijn als een spiegel een groot
deel van Pruisens geschiedenis. Zooals bekend is, heeft Pruisen aan zijne
vorsten en aan zijn leger in de eerste plaats te danken, dat het geworden
is wat het is. En nu moge tegenwoordig het woord van Voltaire niet meer
waar zijn, dat men er meer bajonetten dan menschen zag, uit Berlijns vele
gedenkteekenen spreekt duidelijk, dat het eene soldatenstad, en dat Pruisen
een militaire staat is. Hier de Groote Keurvorst, daar Frederik de Groote,