Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
62
meer, waar enkele menschen wonen. Het Isargebied weerspiegelt in het
leven des volks zeer duidelijk zijn achtereenvolgend afwisselenden bodem-
vorm. In 't gebergte enkele alleen staande Alpenhutten en boerenhofsteden;
vervolgens hier en daar dorpen en markten, echter nog geene steden; de
bezigheden zijn hier dus veeteelt in de dalen en op de Alpen, weinig be-
teekenende landbouw en nog minder belangrijke nijverheid; de bevol-
king is door de afzondering, waarin ze leeft, rijk aan ouderwetsche zeden
en gewoonten. Verder naar het noorden, in de voorbergen worden de
kleine boerenhofsteden en gehuchten talrijker; hier vinden we ook veeteelt,
doch daarnaast ontwikkelt de landbouw zich steeds meer. Den overgang
van veeteelt tot op den voorgrond tredenden landbouw vinden we in de
streek der groote meren: Kochel-, Staffel-, Würm- en Ammer-meer. Hier
zijn nog zeer vele kleine meren en geheel of gedeeltelijk uitgedroogde
plassen, die den indruk geven van eene landstreek, die nog in een' staat
van ontwikkeling verkeert, die nog niet gereed is. Deze halfklare bodem,
de onregelmatig verspreide heuvelgroepen, de moerassen en venen sluiten
natuurlijke verkeerwegen uit, en zoo komt het, dat we hier eene afgeslo-
tenheid naar buiten en eene geringe gemeenschap tusschen de verspreid
wonende menschen aantreffen, die aan bergstreken herinneren. Daarom ook
ginds dezelfde wijze van het land te bebouwen, denzelfden vorm der hui-
zen, dezelfde kleederdracht en gebruiken als hier. Naar het noorden gaan
deze voorbergen over in de grintvlakte van München. München is in ethno-
graphisch opzicht een centrum, waar zich de grootste tegenstellingen om
^ groepeeren. Naar het zuiden vinden we huizen, die in den bergstijl
zijn gebouwd, naar het noorden treffen we de met stroo gedekte en met
hooge gevels voorziene huizen der hoogvlakte aan. Niet minder groot is
het verschil in kleederdracht b.v. tusschen het noordwaarts gelegene Dachau
en de zuidwaarts gelegene plaatsen Starnberg en Wolfratshausen. De streek
langs de Isar beneden München is een veen- en moerasland. Hier en daar
verheffen zich hoogere gedeelten, waarop dorpjes liggen. De woestheid van
den bodem, de arme boerenhuizen, de gedrukte gestalte der „moosboeren",
hun mager vee, karakteriseeren hier land en volk. In den nieuwsten tijd
zijn hier veenkoloniën ontstaan, als Karlsfeld, Ludwigsfeld en Augusten-
feld , en de turfbereiding heeft eene vroeger ongekende bron van welvaart
geopend. De „Möser" (venen en moerassen; in Zwaben heeten ze „Riede")
worden door heuvelrijen begrensd, ten noordwesten waarvan men vele
riviertjes vindt, welker donkerkleurig water met gering verval en tusschen
bochtige maar vlakke oevers stroomt. Aan deze oevers ontstond dorp aan
dorp, door de vruchtbaarheid van den bodem en de hulp die het water
aan 't verkeer verleent. De Paar, de Ilm, de Glon en hoe ze meer mogen
heeten, zijn juist tegenstellingen van den boven- en middelloop der Beier-
sche Alpenrivieren. Veld en woud wisselen hier elkander af. Landbouw is
er natuurlijk de hoofdbezigheid, vandaar dat er vele dorpen en landstadjes
worden gevonden, welke laatste, als Aichach, Pfaffenhofen, Schroben-
hausen, de markten voor de landbouwproducten der omstreken zijn. Zoo