Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
57
in den loop der tijden kleiner zijn geworden. Zoo is het noordelijke einde
van het Lago Maggiore in het kanton Tessino sedert zeven eeuwen reeds
zoo veel kleiner geworden, dat het dorp Gordola, toen de voornaamste
haven aan het noordelijke einde des meers, twee kilometer van den tegen-
woordigen oever verwijderd ligt. De meren van Thun en Brienz waren
vroeger één; maar de massa slijk en grint, die de Lutschinen van het
Berner Oberland naar het midden van dit meer voerde, hoogde den bodem
zoodanig op, dat het meer in twee deelen gescheiden werd, die nu door
de Aar zijn verbonden. Nog vele dergelijke voorbeelden zouden kunnen
worden aangehaald. Zoo kan men met vrij groote zekerheid profeteeren,
dat de Zwitsersche meren eenmaal door het slik en de grint der bergen
zullen worden gevuld.
Aan de oevers der Zwitsersche meren liggen vele dorpen en steden, die
tegenwoordig door breede wegen vereenigd zijn en van het water voor
handel en scheepvaart een druk gebruik maken. Het drukst bevaren wordt
het Bodenmeer, dat op de grens van Zwitserland, Oostenrijk, Wurtemberg
en Beieren ligt en bijna nergens onmiddellijk door steile bergwanden wordt
ingesloten.
Het schoonst is ontegenzeggelijk het meer van Genève of lac Léman,
met zijne zachte noordelijke helling, waarop zoovele steden om den prijs
dingen, wat schoonheid van ligging betreft, met zijne heerlijk blauwe wa-
teren en zijne trotsche Alpen aan den zuidvoet.
„Het schoonst zijt ge onder de Alpenmeiren,
En de indruk van uw majesteit
Doet u als machtig rijksvorst eeren
Maar wijkt uw lieflijkheid.
Want lieflijk schoon zijt ge om te aanschouwen,
Gij, die Savoiens voeten kust,
Gij mint Itaaljens balsemluchten
Fin lokt haar Flora aan uw strand.
En zij tooit dalen en gehuchten
Als 't zuider-vaderland."
Nauwelijks minder schoon is het grillig gevormde, door rotsen omsloten
Vierwoudsteden meer, het hart van Zwitserland, waar zoo veel uit geschie-
denis en sage het roem- en dadenrijke verleden der woudkantons voor den
geest roept.