Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
51
gaan, waar hij nog maar 15 voet van verwijderd was. Bennen zei mij,
dat ik hem zou volgen. Ik trad in zijne voetstappen, maar zonk dadelijk
tot aan de heupen in de sneeuw. Ik liep dus door de loopgraaf en hield
mijne ellebogen aan het lichaam gesloten om de wanden niet aan te raken.
De loopgraaf was ongeveer 12 voet lang, en daar de sneeuw aan weers-
zijden hard was, maakten wij de valsche gevolgtrekking, dat de sneeuw
hier toevallig losser was dan op andere plaatsen. Boissonnet ging nu voor-
aan. Hij had nog maar weinige schreden gedaan, toen zij een doffen,
snijdenden toon hoorden: het sneeuwveld was ongeveer veertien of vijftien
voet boven ons gespleten. De spleet was eerst maar smal, ongeveör een
duim breed. Een angstig zwijgen volgde; het duurde slechts eenige secon-
den en werd toen door Bennen's stem afgebroken: „we zijn allen verloren!"
Zijne woorden klonken langzaam en plechtig, en zij die hem kenden,
wisten wat zij beteekenden, wanneer een man als Bennen ze uitsprak. Het
waren zijne laatste woorden. Ik stak mijn' alpenstok diep in de sneeuw,
om er op te steunen: tot op drie duim na verdween hij in de sneeuw. Ik
wachtte nu. Het was een ontzettend oogenblik van spanning. Ik wendde
mij naar den kant van Bennen, om te zien, of hij ook zoo had gedaan.
Tot mijne verwondering keerde hij zich om, zag naar den kant van het
dal en breidde de armen uit. De sneeuw waar wij op stonden, begon zich
langzaam te bewegen, en ik zag de volkomene onbruikbaarheid van mijn'
alpenstok in. Ik zonk tot over de schouders in de sneeuw en werd rugge-
lings naar beneden geschoven. Van dit oogenblik af zag ik niet meer,
wat met de anderen geschiedde. Met groote moeite gelukte het mij, mij
om te keeren. De snelheid der lawine vermeerderde gaandeweg, en het
duurde niet lang, of ik was met sneeuw bedekt en in de diepste duister-
nis. Ik was op het punt van te stikken, toen ik plotseling door een' schok
weer aan de oppervlakte kwam. Waarschijnlijk was het touw aan een'steen
blijven hangen en op dit oogenblik gescheurd. Ik bevond mij als 't ware
op de golf der lawine en zag haar voor mij, toen ik naar beneden werd
gedragen. Het was het vreeselijkste gezicht, dat ik ooit heb gehad. De
spits der lawine was reeds de plaats genaderd, waar wij het laatst gerust
hadden. Alleen de spits was door eene dichte wolk van stofsneeuw om-
geven, het overige van den sneeuwval was vrij. Rondom mij hoorde ik
het vreeselijke sissen van de sneeuw en ver voor mij den donder van de
neerstortende lawine. Om niet weer onder de sneeuw te zinken, bewoog
ik de armen op dezelfde wijze, alsof ik rechtop staande wilde zwemmen.
Eindelijk voelde ik, dat ik langzamer werd voortbewogen; vervolgens zag
ik de sneeuwmassa's eenige voeten voor mij blijven stilstaan; eindelijk be-
woog de sneeuw onmiddellijk voor mij zich ook niet meer, en ik hoorde
denzelfden knarsenden toon, dien men 's winters hoort, als een zware
wagen over de sneeuw vaart, maar veel sterker. Ik voelde, dat ik ook
stilstond en stak mijne armen hoog naar boven, om mijn hoofd te be-
schutten, als ik weer mocht worden begraven. Ik stond stil, maar de sneeuw
achter mij was nog in beweging; de drukking tegen mijn lichaam was zoo
4*