Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
46
SNEEUWJACHT IN DE ALPEN.
De sneeuwjacht behoort tot de meest woeste en schrikkelijke natuurver-
schijnselen in het hooggebergte. Van hare hevigheid, hare kracht en van
de massa sneeuw, die, door de lucht gedragen, binnen weinige minuten
de wegen voeten hoog kan bedekken, kan alleen hij eene levendige voor-
stelling hebben, die de woeste natuurkrachten in de Alpen heeft zien wer-
ken. De sneeuwjacht in de Alpen is een waardig tegenhanger van den
samoem der woestijn. Evenals daar de razend voortstormende wind een
onnoemelijk aantal zandkorreltjes opheft en in vliegende vaart met zich
mede voert, hier diepten opwoelt, om ginds nieuwe huizenhooge heuvels
te vormen, — zoo vervult de sneeuwjacht de lucht over groote afstanden
met dichte, alles verduisterende wolken van kleine, fijne sneeuwkristallen,
die door alles heen dringen en heen boren en met de atmosfeer één ge-
heel schijnen uit te maken.
De sneeuw van het hooggebergte verschilt in den regel zeer van die der
lagere streken. De groote sneeuwvlok der laaglanden is eene vereeniging
van vele min of meer volkomen gevormde ijssterren, die langzaam als een
valscherm neèrzweven en alleen dan eene snellere vaart aannemen, als ze
in warmere luchtlagen komen, waar een gedeelte van de kristallen in water
overgaat en de vlok dus soortelijk zwaarder wordt.
Geheel anders is het met de sneeuw in het hooggebergte. Zij is veel
fijner, meer meel- of beter zandachtig, droger en daardoor veel bewege-
lijker. Het zijn meestal prisma-vormige kristallenes, of ook zeer kleine zes-
hoekige piramides, of ronde lichaampjes, omgeven met kleine spitsen, die
naar alle kanten uitsteken. Zonder dat de temperatuur aanmerkelijk wordt
verhoogd kan deze sneeuw evenmin in de hand tot een' bal worden samen-
geperst als droog zand.
Met deze sneeuw nu speelt de wind op de hoogten en in de passen die
hooger liggen dan 5000 voet, waait kolossale massa's van dit ijsstof op,
wervelt haar spelend hoog, hoog in de lucht en laat het daar aan den
wind over ze weder in den vorm van dichte sneeuw of verstrooid als een
glinsterende regen van ijsnaalden daar neer te laten vallen, waar hij dat
verkiest. „De Mont Blanc rookt zijne pijp", zeggen de bewoners van het
dal van Chamounix, als bij helderen diepblauwen hemel rondom den top
van dezen hoogsten berg van Europa iets opstijgt, dat op dampen gelijkt
en daarna weder verdwijnt. — Of de wind neemt, terwijl hij over de oude
firn-woestenijen strijkt, hier of daar eene lading van de droge sneeuw op
en slingert die onverwacht in lager liggende bergbekkens of overgangs-
plaatsen, waar hij binnen eenige minuten dammen opricht of met moeite
gebaande hollewegen verstopt, waartoe eene geheele compagnie van arbei-