Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
en wilder worden de vormen, en al duidelijker wordt het den reiziger,
dat die smalle rotsmuur van gisteren eene wereld in zich bevat, zoo rijk
aan vormen en zoo eigenaardig, als ze door de weelderigste phantasieniet
is te scheppen.
En nu nog een weinig verder, en gij staat midden in het majestueuze
Alpenpaleis. Als eene reusachtige galerij strekt zich daar een hoofddal voor
u uit. Zijn bodem is met het zachte groen der weiden, de donkere tint
der wouden en het schitterend kristal des strooms bekleed. De dalwanden
verheffen zich al spoedig, steil en steiler tot geweldige rotskasteelen, die
den hemel schijnen te tarten. Hier houdt een woeste bergwand, die gereed
staat om neer te storten, het oog geboeid; daar schuimt een waterval,
zooals geen park ter wereld er een bezit, naar beneden. Zie daar weidt
hoog, haast in de wolken, op eene steile Alm eene kudde, en ge verbaast
er u over, hoe ze daar gekomen is en hoe ze daar kan grazen, zonder in
de diepte te storten. Vreemd wordt uw oor getroffen door de taal van het
landvolk; hare ruwheid en kracht herinnert u de natuur die u omgeeft;
breed en krachtig zijn ook de woningen dier menschen, als vonden ze er
genoegen in de stormen des winters te trotseeren. In de verte, zie, daar
vertoonen zich bergen, nog grooter dan deze, en als drijvende in het
blauw der lucht. Hier, rechts, opent zich een zijdal, en uw oog wordt
verblind door het schitterend wit van den sneeuwmantel, die gindsche reu-
zen om hunne schouders hebben geslagen.
Hebt ge een hart dat nog klopt voor het schoone, is uw gevoel nog
niet begraven onder het stof der alledaagschheid of verdord door den
gloeienden adem der zelfzucht, dan geniet, dan bewondert, dan aanbidt
ge die natuur; dan staat ge zoodanig onder haar invloed, dat ook zelfs
gij, bewoner van de meest prozaïsche vlakte, van de werking der natuur
op het leven en denken der menschen en volken ten volle overtuigd moet
worden.
Inderdaad, het bergland der Alpen, dat zich zoo stout tusschen Zuid-
en Middel-Europa verheft, dat hier de Romaansche en de Germaansche
stammen scheidt, heeft een belangrijk aandeel in de historische, staatkun-
dige, maatschappelijke en stoffelijke ontwikkeling dier beide hoofdstammen
van ons werelddeel.
In de oudheid moesten de Alpen door de moeilijkheden, die zij
aan het verkeer boden, een groote hinderpaal zijn. Nadat de woeste
Kimbren over de Alpen waren getrokken, zagen de Romeinen de nood-
zakelijkheid in van het bezit der Alpen. Zij legden wegen aan en zorgden
voor veiligheid van 't verkeer, totdat in het begin van de volksverhuizing
de Germanen de Alpenpassen veroverden en aan het Westromeinsche rijk
een einde maakten. Het Italiaansche volk, dat uit het meer beschaafde
Romaansche element, meer of minder onder Germaanschen invloed, ont-
stond , zocht in het bezit der Alpenpassen te blijven, maar heeft ze in den
loop der eeuwen althans gedeeltelijk aan zijne buren moeten afstaan. De
ooriogen tusschen Duitschland en Italië moesten natuurlijk worden uitge-