Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
40
zijn de Domaniale mijnen in bloei toegenomen; ze behooren thans tot
de best ingerichte. Het diepste gedeelte der mijn bevindt zich op 330
meter onder den mond der schacht, of op 158,69 meter — AP. Eene
schacht is een put of koker, die van de oppervlakte uitgaat en toegang
geeft tot dieper gelegen gedeelten onder den grond. In goed ingerichte
mijnen dienen twee schachten te zijn, ten einde, zoo door een of an-
der ongeluk, b. v. overstrooming of ontploffing van koolwaterstofgas en
daarop gevolgde instorting de eene onbruikbaar mocht zijn geworden, door
de andere nog een uitweg kan worden gevonden. De Domaniale mijnen
hebben dan ook twee schachten. Ze zijn verder voorzien, of waren dit ten
minste in 't eerst van 1878, — blijkens een artikel van den heer E. van
der Eist, directeur der Domaniale steenkolenmijnen, in het Tijdschrift uitge-
geven door de Nederl. maatschappij ter bevord. van nijverheid, — van 7
stoomwerktuigen, te zamen van 410 paardenkracht; verder van 12 stoom-
ketels, opleverende 660 paardenkracht. Een der stoomwerktuigen met ketel
bevindt zich onder den grond op 263 meter onder den mond der Wil-
lemschacht.
Het mijn veld Neuprick grenst aan de Domaniale mijnen en beslaat eene
oppervlakte van 54 hectaren; naast dit veld ligt het mijnveld Bleijerheide,
op Nederlandsche gebied, groot 27 hectaren. De mijn velden Neuprick en
Bleijerheide behooren sedert 1852 aan de Pannesheider-mijnenvereeniging,
thans Vereenigd Gezelschap voor steenkolen-ontginning in het Worm-dis-
trict , gevestigd te Kohlscheid. De mijn Neuprick heeft 3 stoomwerktuigen,
te zamen van 59 paardenkracht, en 4 stoomketels van 69 paardenkracht.
De kolen, die door de Limburgsche mijnen worden geleverd, hebben
veel van anthraciet: ze bevatten ongeveer 90 "/q koolstof, zijn zeer vast
en zuiver, branden met weinig of geen vlam, houden lang vuur, geven
geen zwarten rook, geen roet, weinig stof en zouden dus voor de huis-
houding zeer geschikt zijn. Maar het Nederlandsche volk kent de Neder-
landsche steenkolen niet.
Het nederlaten in en het ophijschen uit de mijnen geschiedt door een
stoomwerktuig, dat kooien, aan stevige kabels bevestigd, op en neer be-
weegt; die kooien worden door de schacht gevoerd langs geleidingen en
zijn met vang-inrichtingen voorzien, opdat, zoo onverhoeds een der kabels
mocht breken, de kooi blijve hangen. In iédere kooi kunnen 8 personen
worden neergelaten of opgeheschen.
Ongeveer de helft van de opbrengst der Domaniale mijnen en ruim 1/3
van de productie der mijn Neuprick wordt ter plaatse met karren van
particulieren afgehaald. De andere helft van de kolen uit de Domaniale
mijnen wordt per spoorweg deels naar het binnenland, — het verst tot
Venloo! — deels naar België verzonden. Die wegen volgen ook de restee-
rende kolen van de mijn Neuprick. Dat de kolen van Kerkrade niet ver-
der in Nederland worden verzonden dan tot Venloo, komt door de hooge
prijzen, die voor het vervoer per spoorweg door Limburg worden geëischt,
wat zeker jammer genoeg is, daar men in dezen geheel afhankelijk is van