Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
ijzer uit te bereiden; dat bewijzen de Hoopen ijzerslakken, harde, platte,
zwarte koeken ter grootte van eene hand en kleiner, een vinger dik, met
vele blaasholten voorzien, die aan beide zijden van den IJsel, op de
Veluwsche hoogten en in het Zutfensche worden gevonden. Men gebruikte
ze voor een dertigtal jaren tot het aanleggen van wegen. Het zijn slakken
van op de primitiefste wijze uitgesmolten ijzeroer, waarbij het erts met
hout en zonder behulp van kalk werd uitgesmolten. Er is dus vroeger zeer
veel oer in ons land geweest, en daar de ontginning der oerlagen nog steeds
voortgaat, de vorming van nieuw ijzeroer langzaam gebeurt en door het
bebouwen van sommige groengronden daar zelfs onmogelijk wordt, zal de
voorraad ijzeroer in Nederland eindelijk uitgeput raken.
Dat is reeds nagenoeg het geval in de Peellanden. Voordat de Duitsche
hoogovens aan de Ruhr zich van Overijselsch en Geldersch oer voorzagen,
trokken ze zeer veel oer uit de groengronden ten oosten van de veengron-
den der Peel. De uitvoer van oer had zelfs op zoo groote schaal plaats,
dat een paardenspoor van Wanrooi naar Boksmeer alleen daarvoor werd
aangelegd. Nu is het met het delven van ijzeroer in de Peellanden gedaan.
Vroeger kreeg de delver het oer vergeefs; hij vervoerde het dan langs
slechte zandwegen naar de ijzerhutten te Deventer, Meppel, Ulft en Gen-
dringen. Onder de gemeente Raalte en in de aangrenzende gedeelten van
Wijhe en Olst en onder Diepenveen was dertig jaar geleden zoo veel om
niet te verkrijgen, dat men er wegen mee beproefde hard te maken. Maar
het oer werd in korten tijd door de wagenwielen fijn gemalen, waardoor
de weg in een gewonen kleiweg ontaardde. In weerwil van dit verbruik
voor wegen en het tegenwoordige belangrijke vervoer naar Duitschland is
hier nog zeer veel ijzeroer aanwezig. Onder Bathmen, Gorsel en Laren,
in de groengronden die met de Schipbeek in verbinding staan, is sedert
geruimen tijd veel oer gegraven voor den Deventerschen hoogoven en in
de laatste jaren ook voor Duitschland. Voor de hoogovens te Keppel en
Ulft werd het oer gedolven onder Laren, Vörden, Hengeloo, Wisch en
Varsseveld, evenals dat nu nog, maar in geringe hoeveelheid geschiedt. Te
Deventer wordt het oer in 't geheel niet meer gebruikt om de kostbaarheid
der houtskolen, die tot het uitsmelten noodig zijn en van elders moeten
worden aangevoerd.
Het meeste oer wordt over Salzbergen en Arnhem naar Duitschland
(Marks- en Bergsland) vervoerd; gedurende het tijdvak 1870—^1874bedroeg
die uitvoer jaarlijks gemiddeld 23 400 000 kilogrammen. ') Het oer van de
Dedemsvaart en uit Twente schijnt niet in zoo groote hoeveelheid aan-
wezig te zijn, dat men van daar vermeerdering van uitvoer te verwachten
heeft, ook niet uit het Haaksbergsche veld. Onder het oer dat van Enschede
verzonden is, behoort ook een ander ijzererts, dat in veel oudere gronden
hier en daar tusschen Enschede en Gronau voor den dag komt. Ook van
het Schoonebeker diep wordt ijzeroer verzonden.
') Volgens opgaven van Dr. w. c. u. staring in Eigen Haard, 1877.