Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
30
meer heen kunnen drijven en eveneens moest men de velden missen, waar
plaggen kunnen worden gestoken. Men denkt er niet om, dat men vooral
door de laatstgenoemde handeling den bodem veel in waarde doet vermin-
deren , daar men 't eenige vruchtbare gedeelte, n.l. de dunne humuskorst,
er af neemt.
Gemeenschappelijk bezit moet altijd nadeelig werken. En zoolang onze
heidegronden voor een groot deel de gemeenschappelijke bezitting zijn van
gemeenten, marken, maalschappen, buurten of van welke vereenigingen
dan ook, zal er niet veel verbetering in den toestand komen. Hopen wij,
dat eenmaal Nederland even trotsch moge kunnen zijn op de landen, die
het aan de alleenheerschappij der heideplant ontwrongen heeft, als het nu
zich rechtmatig mag verheffen op zijne polders, die het sedert honderden
jaren met zooveel beleid en moed aan de golven ontwoekerd heeft.
DE ST.-PIETERSBERG.
De St.-Pietersberg verheft zich tot 123 M. boven de zee of ongeveer 80
M. boven de Maas, die langs zijn oostelijken voet stroomt. De berg strekt
zich tusschen het Maas- en het Jekerdal uit als een betrekkelijk lange,
maar smalle mg, die eene soort van plateau vormt, op welks noordelijk
einde het fort St. Pieter is gelegen, dat het aan den noordvoet des bergs
gelegen Maastricht bestrijkt. Verder liggen er nog op een paar hoeven en
het kasteel Caster, langs welk laatste de oude weg van Maastricht naar
Luik loopt. De helling van den berg is vrij steil, vooral naar den kant
van het Maasdal. De ingangen tot het binnenste van den berg liggen op
ongeveer 60 M. boven den spiegel der Maas. Zooals bekend is, heeft men
een' doolhof van gangen in den berg uitgehouwen, om bouwsteen te ver-
krijgen; de gangen die ontstaan zijn, doordat men tot steun zuilen liet
staan, snijden elkander meestal ongeveer rechthoekig. De geheele opper-
vlakte van het ondermijnde gedeelte des bergs is haast zoo groot als Am-
sterdam, maar het aantal gangen is stellig eenige malen zoo groot als het
aantal straten van Neerlands hoofdstad. De hoogte der gangen bedraagt
meestal 5 a 7 meter. Op het eigenaardige beloop der gangen hebben een
paar omstandigheden invloed uitgeoefend. Wilde men voor instorting be-
veiligd wezen, dan moest een voldoend gedeelte van het gesteente in den
vorm van zware zuilen blijven staan. De eigenaars van den bovengrond,
die het recht hadden op het binnenste van den berg, dat daaronder was
gelegen, droegen natuurlijk dat recht niet over dan onder behoorlijke waar-
borgen , dat hunne woningen en landerijen niet eenmaal in de diepte zouden
verdwijnen. In de tweede plaats werd de richting der gangen bepaald door