Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
en bouwlanden eiken voet gronds moeten veroveren op de in deze streken
oppermachtige heideplant.
Wie kent niet de sierlijke struikheide, dat lieve, kruipende plantje, aan
welks dorre, grijsbruine takjes, die slechts van kleine, teere blaadjes zijn
voorzien, in den nazomer de roodpaarse, in aartjes geplaatste, kelkvor-
mige bloempjes zich verheffen. En toch hoe fraai elk heidekruidje op zich
zelf moge zijn, — de uitgestrekte, hooge zandheide, waar het de bijkans
onbeperkte gebieder is, ziet er treurig uit. Is het omdat ons oog, hoe ver
het reike, geene menschelijke woning kan ontdekken, — omdat langs het
eenzame, boomlooze pad, waarover we gaan, geen enkele wandelaar komt,
en alleen het diepe wagenspoor ons aanwijst, dat ook de heide toch soms
door den mensch en zijne huisdieren wordt betreden ? Och neen, de een-
zaamheid is de oorzaak niet. Wanneer ge op zee zijt en uw oog in de
verte geen schip ontdekt, veel minder de kust kan zien, dan hebt ge 't
ook eenzaam. Maar de nooit rustige zee, 't zij dat ze in kleine, wiegelende
golfjes op en neer gaat, 't zij dat Aeolus het schuim tot over den mast
van het schip werpt, — ze is altijd een toonbeeld van beweging; ze is
't symbool van het leven, dat de begeerte tot leven wekt en kracht geeft
in den moeilijken strijd om 't bestaan. Luctor et emergo! En de heide
De koude, onafgebroken stilte, die er heerscht, ze is het symbool van de
eeuwige rust, het zinnebeeld van den dood. 't Is of de natuur den mensch
wilde zeggen: Tracht niet, dezen drogen, schralen bodem met alle kracht
vruchten te ontwringen; gij zult u beklagen wanneer ge er naar gestreefd hebt.
Tusschen de heide mogen ook al eenige andere planten groeien, 't alge-
meene karakter der streek verandert er niet door. Enkele sekgrassen steken
hunne harde halmen omhoog. Onbruikbaar als ze niettegenstaande hunne
overeenkomst met echte grassen als voedsel voor de huisdieren zijn, willen
ze als 't ware er op wijzen, wat hier zou kunnen groeien, hoeveel run-
deren en paarden hier op grazige weiden zouden kunnen ronddartelen, —
als de heide maar wat minder onbarmhartig was. -- Soms groeit hier ook
de jeneverbes, aan iedereen bekend als een sierlijke, altijd groene heester,
dien wij in onze tuinen planten. Maar hoe vrooHjk hij er in onze tuinen
moge uitzien, — hier op de heide maakt hij alles, als 't kan, nog som-
berder. Dicht inééngedrongen struiken, niet meer dan half zoo groot als
wij ze gewoon zijn te zien, toonen reeds in de verte, dat hunne dofge-
kleurde donkergroene naalden niets anders dan scherpe dorens zijn. En de
grijswitte droge korstmossen, die op enkele plaatsen tusschen de heide-
planten groeien, ja zelfs deze geheel vervangen, — zij duiden ons reeds
op grooten afstand aan, dat de bodem, waar ze groeien, als 't kan, nog
kaler is dan de andere heidegrond.
Toch is niet overal de hooge heide zóó doodsch. Vooral in de nabij-
heid van een beekje wordt de natuur iets minder eentonig. Daar vindt men
enkele berken, wel kreupele exemplaren, door de groote schraalheid van
den grond niet tot flinke ontwikkeling gekomen, maar toch rank en sierlijk
gebouwd als altijd. Daar groeien ook de behaarde en de Engelsche brem