Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
22
Dat de handel van Amsterdam reeds de voordeelen van het Noordzee-
kanaal ondervindt, behoeft wel niet te worden gezegd. Nog grooter zullen
die voordeelen worden, nu op 26 April 1879 eerste stoomboot direct
van Amsterdam naar Java is vertrokken en den Helder heeft opgehouden
de bloeiende voorhaven voor de hoofdstad des rijks te zijn. Dank zij hel
Noordzeekanaal zal Amsterdam weder, evenals in den tijd der Oostindische
compagnie, in hare havens en dokken de vlaggen en wimpels van alle
natiën der aarde zien weerspiegelen.
•s-GRAVENHAGE.
Wat zal men van het vorstelijk 's-Gravenhage vertellen, dat een Neder-
lander niet weet? Wie is er nooit in Den Haag geweest? Sedert de Hol-
landsche spoorwegmaatschappij Amsterdam aan den Haag verbond, en
dat is al een veertig jaren geleden, — sedert een net van spoorwegen
den vaderlandschen bodem overdekt en de bewoners der meest afgelegen
plaatsen, als ze tegen een weinig moeite niet opzien, gemakkelijk in één
dag ons land in zijne grootste lengte of breedte kunnen doorsnijden, sedert
is er menige pleiziertrein naar Den Haag geloopen, — sedert is het door
millioenen binnen- en buitenlanders bezocht geworden. Wat zal men van
het vorstelijk 's-Gravenhage nu vertellen, dat een Nederlander niet weet ? —
Wel, ik meen van nog heel veel. Wie met pleizier-treinen reist is gauw
op de eene of andere plaats, maar er gewoonlijk te kort om er zoo niet
alles, dan toch zooveel mogelijk van te zien. Sta mij daarom toe u een
en ander van de residentie der Oranje-vorsten te vertellen. '
Ik zou haast durven beweren, dat geene stad in ons vaderland zoo
gunstig gelegen is als 's-Gravenhage; want de natuurlijke omgeving is
reeds van dien aard, dat men ze mooi, grootsch en verheven kan noemen,
al sloeg geene enkele hand zich uit om de natuur door de kunst nog
schooner te maken.
Daar hebt ge de Noord-zee, die eeuwen en eeuwen lang haar zelfde
lied zingt, nu eens onder het avondwindje, dat hare oppervlakte nauw
rimpelen doet, dan onder het gebrul van een noordwesten storm, die hare
baren opgrijpt, alsof ze zoo licht als een zeepbel waren, en ze donderend
neerploft, alsof ze de zwaarte hadden van granietblokken. En aan die zee
heeft de menschenhand geene veranderingen gebracht. Daar zijn de blanke,
lieve duinen met hare bemoste hellingen en beplante dalen! Zijn ze elders
breeder en hooger, ze zijn hier, zooals ze zijn moeten om ze in overeen-
stemming te brengen met het overige van de omgeving! Daar ginder