Boekgegevens
Titel: De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Auteur: Bos, P.R.
Uitgave: Groningen: J.B. Wolters, 1880
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 200 E 3 (atlas)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_200007
Onderwerp: (Sociale) geografie, cartografie, planologie, demografie: (sociale) geografie: algemeen
Trefwoord: Geografie, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De globe: aardrijkskundig schetsboek voor school en huis
Vorige scan Volgende scanScanned page
18
Dat aannemen van die gekregen zilveren of gouden voorwerpen gaat
natuurlijk alweer met de noodige gebruiken gepaard.
Zie, daar houdt het rijtuig van den ambachtsheer op voor de paal met
goud en zilver beladen. De ambachtsheer geeft den oppasser een wenk, en
deze roept al de ringrijders om de paal. Hij zelf klimt op eene ladder,
laat het voorwerp zien en „Oerao!" klinkt het.
„Joengers", roept de oppasser, „lank zal de ambachtseer leve!" —
„Oerao! Oerao!" —
„Lang zal Mevrouw leven!" —
„Oerao! Oerao!" —
„Lang zulle z'n kindertjes leve!"
„Oerao! Oerao!" —
„En dattenae nog dikkels zoo'n mooie pries kriege meuge!" —
„Oerao! Oerao!" —
De oppasser neemt zijn petje voor den ambachtsheer af, deze knikt en
rijdt naar de balgooiers, waar hetzelfde plaats grijpt.
't Is avond; de prijzen zijn gewonnen en de stedelingen, die bij dui-
zenden naar de „gekke boeren" zijn wezen kijken, zoeken hunne haardsteden
op. De dorpelingen zetten de pret voort en bij het gekras, gehuil en ge-
jank van een paar oude violen, fluiten en klarinetten gaat men dansen. —
Het is een donderend geweld, als men het plompe schoeisel der jonge
boer^es en boerinnetjes telkens en telkens loodrecht ziet nederkomen op
den planken vloer, terwijl het uit rauwe kelen brullende en gillende klinkt:
Wie verkoopt den besten drank?
Jan van Leuven, Jan van Leuven!
Wie verkoopt den besten drank?
Jan van Leuven dat weet 'k ä lank!" —
Soms ook komt er wat verandering in dans en zang en klinkt het, maar
altijd even valsch:
„Ik kan wel danse
Op z'n lengelsch en z'n Fransche,
Ik kan wel danse de zevensproenk!" —
Nietwaar, al hebben de machtige Oost-Indische Compagnie en de rijke
West-Indische, Middelburg tot eene stad vol welvaart en beschaving ge-
maakt, al heeft het zeemansleven te Vlissingen andere gebruiken en zeden
ingevoerd, en al is een en ander van grooten invloed geweest op het leven
en zijn der dorpelingen, al is veel bijgeloof veijaagd, veel eenvoudigs op-
geheven, — toch heeft het platteland van Walcheren nog veel, dat u een
glimlach of een: „he, hoe vreemd!" ontlokt.